Zoekveld

U bent hier

Leren leren

  1. Visie op leren leren
  2. Leercompetenties
  3. Leren leren in het 1ste jaar
  4. Leren leren in het 2de jaar
  5. Leren leren in het 3de jaar
  6. Leren leren in het 4de jaar
  7. Leren leren in het 5de jaar
  8. Leren leren in het 6de jaar
Visie op leren leren

In de onderwijsvisie van het Sint-Ritacollege neemt het leren leren een belangrijke plaats in. Leerlinggerichtheid vormt het centrale uitgangspunt.

  1. Het streefdoel van de leerlijn leren leren is de vorming van zelfstandige, zelfverantwoordelijke leerders die in staat zijn zelf kennis te vergaren, te verwerken en te verwerven en die zichzelf in dit proces kunnen sturen.Het gaat over de vorming van de persoonlijkheid van de leerder die moet beschikken over de nodige verwerkingsvaardigheden, regulatievaardigheden, affectieve vaardigheden en sociale vaardigheden.
  2. We erkennen verschillende vertrekposities van leerlingen: elke leerling heeft op zijn of haar moment nood aan begeleiding. Namelijk als er leermoeilijkheden zijn, als er vakproblemen rijzen, als de motivatie zoekraakt, als de studie-inzet daalt. Deze leerlijn leren leren biedt steun en begeleiding bij deze leermoeilijkheden. Het gaat hier over adaptief onderwijs: onderwijs dat is afgestemd op de leerbehoeften van de leerlingen.

De leerlijn leren leren steunt op een viersporenbeleid:

  1. Via een stappenplan per jaar worden systematisch leervaardigheden (verwerking, sturing, affectieve verwerking) voorgesteld, ingeoefend en herhaald:
    1. Verwerkingsstrategieën
    2. Regulatiestrategieën
    3. Affectieve verwerkingsstrategieën
    4. Sociale verwerkingsstrategieën

    Dit gebeurt telkens aan de hand van concrete leerstof van het betreffende jaar en hierbij worden zo veel mogelijk leerkrachten ingeschakeld. De kalender leren leren bepaalt welke leerkracht welke stap aanbrengt en de leerkracht vertaalt die stap dan verder naar zijn/haar vak. Het is essentieel dat de transfer tussen de formele stap uit het programma leren leren en de concrete lessen maximaal is.

  2. Het tweede spoor wordt gevormd door een informele leerlijn vanuit de vakken. Elke leerkracht neemt zijn/haar leerlingen mee doorheen de leerstof. Hierbij gaat het naast de kennis en de vaardigheden zeker ook over de verschillende leeractiviteiten die doorlopen moeten worden om het vak te kunnen verwerken. In eerste instantie begeleidt de leerkracht dit leerproces door het te demonstreren en te expliciteren. Tijdens de lessen gaat er dus "permanent" aandacht naar het leren leren.
  3. De tweedelijnszorg als hulplijn: sommige leerlingen hebben nood aan individuele opvang. Deze opvang gebeurt in eerste en belangrijkste instantie door de eerste lijn (vakleerkrachten en klasleraars). Zij kunnen steun bieden rond affectieve moeilijkheden (motivatie, concentratie, faalangst, ...), regulatie en verwerking. Soms vergt deze individuele opvang een te grote tijdsinvestering en dan kan de tweedelijnszorg ingeschakeld worden voor individuele begeleiding rond leermoeilijkheden,remediëringstrajecten, socio-emotionele opvang. Deze tweedelijnszorg wordt waargenomen door de cel leerlingenbegeleiding.
  4. Het vierde spoor handelt rond het begeleid zelfstandig leren: geleidelijk wordt de overgang gemaakt van zelfstandig werken, over zelfstandig leren naar zelfverantwoordelijk leren.
    • Graad I legt in de leerprojecten de klemtoon op het werken met studiewijzers en de planning. Leerlingen moet zelfstandig een stappenplan doorlopen en een combinatie van taken aangeboden in verschillende hoeken binnen een bepaald tijdsbestek kunnen afwerken
    • Graad II zet de stap naar langlopende taken en het groepswerk. Leerlingen krijgen een aantal taken gespreid over een langere periode, via procesbegeleiding
      wordt dit zelfstandig leren opgevolgd. Bij het groepswerk worden de sociale verwerkingsvaardigheden getraind.
    • Graad III schenkt aandacht aan jaartaken, zelfstandige werkuren, probleemgestuurd onderwijs, projectonderwijs, onderzoekscompetenties en de zelfsturing dankzij een flexibel evaluatiebeleid.

Begin

Leercompetenties
  1. Verwerkingsstrategieën
  2. Regulatiestrategieën
  3. Affectieve verwerkingsstrategieën
  4. Sociale verwerkingsstrategieën

Verwerkingsstrategieën
Informeren Stap voor stap uitzoeken, bestuderen en verwerken.
Opsplitsen van een geheel in onderdelen, in details
Aandacht besteden aan feitelijke informatie.
Selecteren Onderscheiden van hoofd- en bijzaken.
Reduceren van leerstof tot de belangrijke onderdelen.
Memoriseren en herhalen Informatie onthouden, uit het hoofd leren.
Het studeren richten op reproductie.
Concrete verwerking Concrete voorstellingen vormen bij abstracte zaken.
Voorbeelden en toepassingen bedenken.
Leerstof in eigen woorden formuleren.
Aansluiten bij tastbare werkelijkheid en eigen ervaring.
Toepassen Zich oefenen in het gebruiken van leerstof.
Oefeningen maken, vraagstukken oplossen, vaardigheden trainen.
Structureren Komen tot een totaalbeeld.
Komen tot een overzichtelijk schema.
Komen tot lijnen.
Relateren Zoeken naar verbanden.
Zoeken naar overeenkomsten en verschillen.
Zoeken naar de relatie tussen verworven kennis en nieuwe kennis.
Kritisch verwerken Vormen van een eigen interpretatie.
Vormen van eigen conclusies en meningen.
Meedenken en niet zomaar accepteren.

Begin

Regulatiestrategieën
Plannen Volgorde van de leeractiviteiten bepalen.
Concreet werkplan opstellen en de tijd bepalen.
Bijsturen Planning aanpassen, werkplan veranderen.
Motivatie bijspijkeren, inspanningen verhogen.
Oriënteren Het leerproces voorbereiden.
Nadenken over doelen, verwerkingsstrategieën, tijd.
Proces bewaken Opvolgen en observeren van het leerproces.
Bereiken de leeractiviteiten de beoogde doelen?
Evalueren Beoordelen van het leerproces dat gevolgd werd.
Stemmen de leerresultaten overeen met de leerdoelen?
Toetsen Controleren of de leerstof verwerkt is.
Vragen stellen aan zichzelf.
Diagnosticeren Vaststellen van hiaten in eigen kennis en vaardigheden.
Onderzoeken van mogelijke oorzaken van moeilijkheden of successen.
Reflecteren Lessen trekken voor toekomstige leertaken.

Nadenken over leren en over zichzelf als leerling.

Begin

Affectieve verwerkingsstrategieën
Concentreren Het richten van de aandacht op een leertaak.
Hoe ga je om met stoorzenders?
Hoe slaag je erin om je aandacht te behouden?
Hoe slaag je erin om efficiënt te werken?
Inspannen Inzet vertonen voor leertaken.
Op je tanden kunnen bijten om iets onder de knie te krijgen of om een opdracht
af te werken.
Motiveren Hoe bouw je je motivatie op? Hoe blijf je gemotiveerd voor een leertaak?
Hoe kan je jezelf belonen?
Waarderen Positief staan tegenover studeren en inspanningen leveren om resultaten te behalen.
Hoe belangrijk zijn resultaten voor jou?
Omgaan met zelfvertrouwen Zelfvertrouwen behouden, positief leren denken.
Opletten voor een overmoedige houding.
Omgaan met stress Hoe zenuwachtigheid en angst onder controle houden bij toetsen en proefwerken?
Omgaan met frustratie en hulpeloosheid Wat doe je als je de leerstof echt niet begrijpt?
Kan je iets zonder meer uit het hoofd leren zonder te vatten waar het over gaat?
Verwachten Opbouwen van verwachtingen over het verloop en de resultaten van een leerproces.
Realistische verwachtingen koesteren over de resultaten die je kan behalen
met je inspanningen.
Attribueren Toeschrijven van resultaten aan oorzaken.
Zijn goede/slechte resultaten toe te schrijven aan oorzaken waar je controle op hebt of niet?
Gelden deze oorzaken altijd of enkel in specifieke omstandigheden of voor een
bepaald vak?
Zitten deze oorzaken bij jou of bij anderen?
Jezelf beoordelen Jezelf inschatten als leerling.
Je eigen bekwaamheid bepalen in het algemeen of voor specifieke vakken.

Begin

Sociale verwerkingsstrategieën
Samenwerken Een bijeenkomst voorbereiden
Een communicatieve houding aannemen, actief luisteren, discussiëren, overleggen.
Afspraken maken en respecteren.
Bereid zijn samen te werken met groepsleden.
Standpunten en argumenten assertief kunnen verdedigen, consensus zoeken , compromissen kunnen sluiten.
Beslissingen nemen.
Feedback geven
Notuleren Een schriftelijk verslag opstellen van een groepswerk.
Afspraken maken en noteren
Efficiënt rapporteren
Leiding geven Doelen bepalen en respecteren.
Iedereen aan bod laten komen, stoorzenders afremmen.
Problemen in een team aanpakken.
Besluiten formuleren.
Beslissingen nemen.
Presenteren Een mondelinge presentatie houden.
Een schriftelijke presentatie (paper) opmaken.
Bronnen wetenschappelijk weergeven.
Gebruik kunnen maken van elektronische presentatietechnieken en AV-media
Evalueren Een groepswerk kunnen evalueren.
Peerevaluatie kunnen geven.
Kritisch reflecteren

Begin