Zoekveld

U bent hier

Leefregel: leerklimaat

Je inschrijving
  • Je eerste inschrijving

    Bij de eerste inschrijving nemen jij en je ouders kennis van het opvoedingsproject en het schoolreglement van onze school.
    Je inschrijving is pas geldig nadat je ouders akkoord zijn gegaan met het opvoedingsproject en het schoolreglement van onze school.
    Je kan niet telefonisch ingeschreven worden, minstens één van je ouders, die handelt met de instemming van de andere ouder, moet aanwezig zijn bij het inschrijvingsgesprek.

  • Voorrang

    Je broers en zussen (ofwel hebben jullie dezelfde moeder en/of vader, al dan niet wonend op hetzelfde adres, ofwel hebben jullie geen gemeenschappelijke ouders, maar wonen jullie wel onder hetzelfde dak) hebben een recht op inschrijving in onze school en voorrang op alle andere leerlingen.

  • Herinschrijving

    Eens je ingeschreven bent in onze school, ben je, tenzij je definitief wordt uitgesloten, ingeschreven voor de duur van je volledige schoolloopbaan. De inschrijving stopt enkel wanneer je zelf de school verlaat of wanneer je als gevolg van een tuchtmaatregel definitief van school wordt gestuurd. Onze school vraagt op het einde van het schooljaar, omwille van een goede en tijdige schoolorganisatie, aan elke leerling wel een herbevestiging van de inschrijving.

  • Campus

    Op onze campus is een eerste graadschool en een zesjarige school gelegen. Beide scholen opteren er voor om de inschrijvingen van de ene school naar de andere school op dezelfde campus te laten doorlopen.

  • Inschrijving geweigerd?

    Onze school heeft het recht om je inschrijving te weigeren indien je na een tuchtprocedure het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten.
    Onze school heeft het recht om elke bijkomende inschrijving te weigeren wanneer wegens materiële omstandigheden de vooropgestelde maximumcapaciteit wordt overschreden.
    Als je je aanbiedt met een inschrijvingsverslag waarmee je georiënteerd werd naar het buitengewoon secundair onderwijs, dan schrijft onze school je voorwaardelijk in. Indien de school vaststelt niet voldoende draagkracht te hebben, wordt de overeenkomst ontbonden. We kunnen je niet inschrijven in het secundair onderwijs als je voor de start van het schooljaar al 25 jaar bent geworden. De enige uitzondering hierop is als je vorig schooljaar al in het secundair onderwijs was ingeschreven.

  • Vrije leerling

    Als je niet voldoet aan de reglementair vastgelegde toelatings- of overgangsvoorwaarden, kan je inschrijving geweigerd worden. In een dergelijk geval kan je ingeschreven worden als vrije leerling. Op een dergelijke inschrijving heb je geen recht. Ze heeft ook als gevolg dat er op het einde van het schooljaar geen studiebewijs uitgereikt kan worden.

Begin

Maximum capaciteit
  • Het Sint-Ritacollege kiest voor een leerlinggerichte schoolcultuur en wil aandacht schenken aan elke leerling. Om dit te realiseren wordt de klasgrootte van het eerste tot het zesde jaar beperkt tot 24 leerlingen per klasgroep.
  • De maximum capaciteit voor de inschrijvingen werd door het schoolbestuur vastgelegd op 320 leerlingen in het eerste jaar.
  • In de loop van het schooljaar kan je enkel overstappen naar een andere studierichting voor een bepaalde datum die wettelijk is vastgelegd. Daarna kan enkel in uitzonderlijke gevallen de toelatingsklassenraad beslissen dat je nog kan veranderen. Je kan niet veranderen als in de andere studierichting de maximumcapaciteit al werd bereikt. Ook voor de opties en keuzemogelijkheden binnen studierichtingen gelden de regels van de maximumcapaciteit bij een overstap.
  • De maximum capaciteit voor de hogere jaren (2de tot en met 6de jaar) staat op 0 leerlingen. Pas nadat de eigen leerlingen hun herinschrijving bevestigd hebben, bepaalt het schoolbestuur per administratieve groep hoeveel plaatsen er nog beschikbaar zijn. Dit wordt op de tweede werkdag van juli bepaald en vanaf de derde werkdag van juli kunnen de inschrijvingen in de  hogere jaren plaatsvinden.
  • Vanaf de tweede werkdag na de paasvakantie kunnen leerlingen zich melden op een lijst voor de inschrijvingen in het 2de tot en met het 6de jaar.

Administratief dossier van de leerling

De overheid controleert aan de hand van je administratief dossier of je aan de wettelijke toelatingsvoorwaarden voldoet. Het is dan ook van het grootste belang dat we zo vlug mogelijk over de juiste gegevens beschikken.

Als nieuwe leerling van het eerste jaar, breng je daarom de volgende documenten binnen op het onthaal:

  • Het getuigschrift van basisonderwijs. Als je dat niet hebt behaald, bezorg je het bewijs van het gevolgde leerjaar.
  • Een kopie van je SIS-kaart of identiteitskaart met je rijksregisternummer.
  • Als nieuwe leerling in een hoger jaar, zal de directeur of zijn afgevaardigde je zeggen welke documenten je moet binnenbrengen.

Begin

Persoonlijk dossier van de leerling

Je begrijpt dat een leerlingenbegeleider niet alles kan onthouden en dat het nodig is belangrijke informatie schriftelijk bij te houden. Tot die informatie hebben enkel de leden van het directieteam, de cel leerlingenbegeleiding en de klassenraad toegang. We gaan ervan uit dat je ermee instemt dat we relevante gegevens bijhouden in je persoonlijk leerlingendossier. Meer informatie over hoe je toegang kan vragen tot deze informatie vind je in het deel leefklimaat onder de hoofding privacy.

Onderdelen van het persoonlijk dossier van de leerling: klas, administratief dossier, maandrapport, trimesterrapport, vakrapport, loopbaan, afwezigheden, uurrooster, leraars, studiekeuze, dossier, LO-fiche, extra zorg, vrije groep, ongeval/ziekte.
Begin

Schoolkosten

Daar de overheid niet alle kosten die een vrije school voor het onderwijs maakt vergoedt, noch alle diensten die de school levert subsidieert, dient onze school bijdragen aan je ouders te vragen voor bepaalde gemaakte onkosten en geleverde diensten.
De Inrichtende Macht heeft deze bijdrageregeling vastgelegd en overlegd in de schoolraad.

In deel IV van dit schoolreglement vind je een overzichtslijst met financiële bijdragen die van jou of je ouders kunnen worden gevraagd. Bij het begin van het schooljaar krijg je een gedetailleerde lijst van de kosten van je leerjaar.
Deze lijsten bevatten zowel verplichte als niet verplichte uitgaven.

Verplichte uitgaven zijn uitgaven die jij of je ouders zeker zullen moeten doen, bijvoorbeeld het betalen van de huur- en koopboeken, tijdschriften, schriften en kaften, cursussen en kopieën, schoolagenda, vademecum, klasfoto, rapport, excursies, vergoedingen voor gastsprekers, inkomgelden van film- en toneelvoorstellingen en tentoonstellingen, turnkledij en kosten van sportbeoefening, individueel materiaal voor bepaalde lessen…

Niet-verplichte uitgaven zijn uitgaven voor zaken die je niet verplicht moet aankopen of activiteiten waar je niet verplicht aan moet deelnemen, maar als je aankoopt of deelneemt, dan moeten jij of je ouders er wel een bijdrage voor betalen.
Voor sommige posten vermeldt de lijst vaste prijzen, voor andere posten zijn enkel richtprijzen vermeld. Bij een vaste prijs ligt het bedrag dat je voor die post moet betalen vast. Van deze prijs zal het schoolbestuur niet afwijken. Voor sommige posten, kent het schoolbestuur de kostprijs niet op voorhand. Zij geeft voor die posten richtprijzen mee. Dit betekent dat het te betalen bedrag in de buurt van de richtprijs zal liggen, het kan iets meer maar het kan ook iets minder zijn. Het schoolbestuur baseert zich voor het bepalen van de richtprijs op de prijs die de zaak of de activiteit vorig schooljaar kostte.

Het huurgeld voor de huurboeken vormt een vaste prijs (50 euro) en dient bij het begin van het schooljaar contant betaald te worden.
De eerste schooldag krijg je huurboeken, koopboeken en schriften/papier/kaften. Het pakket huurboeken vormt een ondeelbaar geheel, dat je op ’t einde van het schooljaar onbeschadigd moet terugbezorgen. Bij verlies of beschadiging moet je een vergoeding betalen. Koopboeken en schriften/papier/kaften die je niet nodig hebt, bezorg je binnen de veertien dagen terug op de procure, zodat deze zaken niet in rekening worden gebracht.

Driemaal per jaar, in oktober, maart en mei, ontvangen de ouders of meerderjarige leerlingen van de econoom een schoolrekening voor de andere kosten.
Wat de betaling van deze drie rekeningen betreft, vraagt de econoom uitsluitend gebruik te maken van het overschrijvingsformulier met refertenummer.
De rekening dient binnen een termijn van 15 dagen te worden betaald.

Je ouders zijn, ongeacht hun burgerlijke staat, hoofdelijk gehouden tot het betalen van de schoolrekening. Dat betekent dat we hen allebei kunnen aanspreken om de volledige rekening te betalen. We kunnen dus niet ingaan op een vraag om de schoolrekening te splitsen. Als je ouders het niet eens zijn over het betalen van de schoolrekening, zullen we hen allebei een identieke schoolrekening bezorgen. Zolang die rekening niet volledig betaald is, blijven je beide ouders elk het volledige resterende saldo verschuldigd, ongeacht de afspraken die ze met elkaar gemaakt hebben.

Ouders of meerderjarige leerlingen die om financiële redenen niet in de mogelijkheid verkeren om de schoolrekening binnen de voorgeschreven termijn te betalen, kunnen contact opnemen met de directeur om een aparte regeling te treffen. Wij verzekeren jou en je ouders een discrete behandeling van jullie vraag. We zoeken samen naar een oplossing en maken afspraken over een aangepaste manier van betalen.

Bij een weigering om de schoolrekening te betalen, gaan we in eerste instantie het gesprek aan. Zorgt dit niet voor een oplossing, dan kunnen we overgaan tot het versturen van een aangetekende ingebrekestelling. Buiten de aanmaningskost van 9 €, zal in geval van wanbetaling, vanaf factuurdatum, van rechtswege en zonder noodzaak van ingebrekestelling, een verwijlintrest van 1% per maand en een schadeloosstelling van 15% forfaitair met een minimum van 40 € aangerekend worden. Adresopzoeking wordt in rekening gebracht aan 10 €. De school kan uiteindelijk ook overgaan tot het inschakelen van een incassobureau. In geval van procedure zijn enkel de rechtbanken van het arrondissement Antwerpen bevoegd.

Bankrekening:

  • IBAN BE48 415-50049 2127 Sint-Ritacollege Kontich
  • BIC KREDBEBB

Begin

Reclame en sponsoring

Wat betreft reclame en sponsoring gelden de volgende principes:

  • De verplichte onderwijsactiviteiten of leermiddelen zijn vrij van reclame.
  • Alle onderwijsactiviteiten zijn vrij van reclame, behalve als het enkel gaat om een verwijzing naar het feit van de tussenkomst van een persoon of een organisatie (sponsoring).
  • De reclame en sponsoring zijn kennelijk verenigbaar met de taken en doelstellingen van de school.
  • De reclame en sponsoring brengen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en onafhankelijkheid van de school niet in het gedrang.

Begin

Lesspreiding
Voormiddag 8.25u - 9.15u
9.15u - 10.05u
pauze 15'
10.20u - 11.10u
11.10u - 12.00u
Middagpauze 12.00u - 13.10u
Namiddag 13.10u - 14.00u
14.00u - 14.50u
pauze 10'
15u00 - 15u50u
Achtste lesuur (enkel graad III) 15.50u - 16.40u
Begeleide avondstudie 15.50u - 16.40u

De woensdagnamiddag is vrij, maar er is wel gelegenheid om aan sport te doen.
Middagpauze: op de hele dagen kan je tijdens de middag in het college blijven om er je lunchpakket met drank te gebruiken. Na de maaltijd kan je studeren, praten, spelen of aan sport doen.

In uitzonderlijke gevallen kunnen we om organisatorische redenen afwijken van de normale dagindeling.

Begin

Je aanwezigheid
  • Als je ingeschreven bent in onze school moet je vanaf 1 september tot en met 30 juni deelnemen aan alle lessen en activiteiten van het leerjaar dat je volgt. De vrije dagen vind je in de schoolkalender. Ook leef- en sportdagen, buitenschoolse activiteiten en excursies worden als normale schooldagen beschouwd, waarop alle afspraken en regels van de leefregel gelden. Ze geven je een kans om je te verrijken en je verder te ontwikkelen. Dit betekent dan ook dat je hieraan moet deelnemen.
  • Je moet tijdig aanwezig zijn op het college. Dit betekent dat je voor het belsignaal op de speelplaats van je graad bent. Kom je te laat, dan ga je naar het leerlingenonthaal.
  • Indien je tijdens de schooluren ziek of gewond wordt, meld je je onmiddellijk op het leerlingenonthaal. Je mag de school enkel verlaten mits toelating van het leerlingenonthaal, de prefect of de directie en na contact met je ouder(s).
  • Het kan altijd gebeuren dat je om een bepaalde reden niet kan deelnemen aan alle lessen of lesvervangende activiteiten. In het volgend punt kan je lezen wanneer je gewettigd afwezig kan zijn.

  • De school verwacht van je ouders dat zij er mee op toezien dat jij dagelijks op school bent, dat je deelneemt aan de door de school georganiseerde activiteiten, en dat je ook telkens op tijd aanwezig bent.

Begin

Als je afwezig bent

Je bent verplicht om alle dagen aanwezig te zijn op school of deel te nemen aan buitenschoolse (lesvervangende activiteiten).
Om sommige redenen mag je echter afwezig blijven. Soms is dit een recht, in andere gevallen heb je vooraf uitdrukkelijke toestemming nodig van de directie.

  • Als je vooraf weet dat je de lessen niet zal kunnen bijwonen, dien je vooraf de directie daarvan op de hoogte te brengen met een door één van je ouders geschreven en getekende verantwoording op het daarvoor bestemde formulier.
  • In geval van afwezigheid wegens ziekte of onvoorziene omstandigheden dienen je ouders het onthaal nog dezelfde dag voor 9u te verwittigen.
  • Bij je terugkomst bezorg je het leerlingenonthaal een geschreven verantwoording vanwege je ouders.
  • Wanneer je wegens ziekte afwezig bent tijdens de week onmiddellijk voor of na een schoolvakantie (herfstvakantie, kerstvakantie, krokusvakantie, paasvakantie en zomervakantie) moet je hiervoor een medisch attest afleveren. Een verklaring van je ouders voor de afwezigheid tijdens deze periode volstaat wettelijk niet.
  • Om alle andere redenen mag je enkel afwezig zijn als je de toestemming hebt van de school

    Voor bv. persoonlijke redenen, schoolvervangende projecten… heb je de toestemming van de school nodig. Je hebt dus geen recht op deze afwezigheden. Indien je de toestemming krijgt, moet je wel steeds een door de school gevraagd verantwoordingsstuk binnen brengen.
    Wat als: specifieke vragen rond afwezig zijn:
  1. Je bent ziek.
  2. Lessen lichamelijke opvoeding.
  3. Vrijstelling van een vak.
  4. Spreiding van het lesprogramma.
  5. Tijdelijk onderwijs aan huis.
  6. Je moet naar een begrafenis of huwelijk.
  7. Topsportstatuut en topkunstenstatuut.
  8. Je bent zwanger.
  9. Wanneer mag je afwezig zijn?
  10. Afwezig tijdens proefwerken en toetsen.
  11. Spijbelen.
  12. Van school veranderen tijdens het schooljaar.

  1. Als je afwezig bent wegens ziekte, moet je daar een bewijs van voorleggen.
    Voor een korte ziekteperiode van één, twee of drie opeenvolgende kalenderdagen volstaat het ziektebriefje van de school, ondertekend en gedateerd door je ouders.
    Je kan je afwezigheid wegens ziekte maximaal vier keer in een schooljaar op deze manier aantonen.
    Een medisch attest is nodig:
    • voor een langere ziekteperiode, d.w.z. van zodra je vier opeenvolgende kalenderdagen ziek bent, zelfs als in die vier dagen eventueel één of meer vrije dagen zitten
    • wanneer je voor de vijfde keer in hetzelfde schooljaar een korte afwezigheid om medische redenen hebt gewettigd met een verklaring van je ouders
    • als je afwezig bent wegens ziekte tijdens de proefwerken of tijdens de toetsenweken van het zesde leerjaar.

    Een medisch attest wordt beschouwd als twijfelachtig in de volgende gevallen:

    • het attest geeft zelf de twijfel van de geneesheer aan wanneer deze schrijft “dixit de patiënt”
    • het attest is geantidateerd of begin- en einddatum werden ogenschijnlijk vervalst
    • het attest vermeldt een reden die niets met de medische toestand van de leerling te maken heeft zoals bv. de ziekte van één van de ouders, hulp in het huishouden, ...

    Een afwezigheid wegens ziekte die gedekt wordt door een twijfelachtig attest, beschouwen we als spijbelen.
    De verklaring van je ouders of het medisch attest moet je inleveren, wanneer je de eerste dag terug op school bent. Als je langer dan 10 opeenvolgende lesdagen ziek bent, dan moet je het medisch attest onmiddellijk op school (laten) bezorgen, vóór je terugkomst.
    Als je omwille van eenzelfde medische behandeling meerdere malen afwezig bent op school, volstaat één medisch attest met de verschillende data. Ook wanneer je vaak afwezig bent wegens een chronische ziekte, zonder dat telkens de raadpleging van een arts nodig is, kan je in samenspraak met de schoolarts één enkel medisch attest indienen, dat dan, telkens als je afwezig bent, gepreciseerd wordt door een verklaring van de ouders.

  2. Wat met de lessen lichamelijke opvoeding die je mist wegens ziekte?

    Als je wegens ziekte niet kan deelnemen aan bepaalde oefeningen of aan het geheel van het vak lichamelijke opvoeding, dan moet je aan de arts een ‘medisch attest voor de lessen lichamelijke opvoeding en sportactiviteiten op school’ vragen, zodat de leerkracht lichamelijke opvoeding kan uitmaken wat wel en wat niet kan in de lessen. Als je vaak niet deelneemt aan deze lessen, dan zal je een vervangtaak krijgen.
    Als je wegens ziekte, ongeval of handicap geen lichamelijke opvoeding kan volgen, dan kan de klassenraad beslissen je vrij te stellen van dit vak, op voorwaarde dat je een aangepast lesprogramma krijgt. Dit wil zeggen dat je een ander vak volgt of dat je het vak lichamelijke opvoeding anders (bv. theoretisch) moet behandelen. Dit aangepast lesprogramma zal opgenomen worden in de eindbeoordeling. Je ouders kunnen de vraag om vrijgesteld te worden voor het vak lichamelijke opvoeding steeds stellen. De klassenraad zal deze vraag onderzoeken, maar de vrijstelling is niet afdwingbaar.
  3. Vrijstelling van vakken

    Als je wegens ziekte, ongeval of handicap één of meerdere vakken, andere dan lichamelijke opvoeding, (eventueel tijdelijk) niet kan volgen, kan de klassenraad beslissen je vrijstelling te verlenen, op voorwaarde dat je vervangende activiteiten volgt. Je lesprogramma kan aangepast worden, maar zonder vermindering van het aantal lesuren. De klassenraad kan je vragen om de vakken op een andere manier te benaderen (bv. theoretisch) of kan je een ander
    vak opleggen. Uiteraard kan dit slechts in individuele en uitzonderlijke gevallen. Je ouders kunnen de vraag om vrijgesteld te worden voor één of meerdere vakken steeds stellen. De klassenraad zal deze vraag onderzoeken, maar de vrijstelling is niet afdwingbaar.
  4. Spreiding van het lesprogramma

    Voor leerlingen die wegens ziekte of ongeval het geheel van de vorming van een schooljaar niet kunnen volgen, kan de klassenraad een spreiding van het lesprogramma van een leerjaar over twee schooljaren toestaan. Ook een spreiding van een graad over drie schooljaren behoort tot de mogelijkheden. De school zal deze vraag onderzoeken, maar de spreiding van het lesprogramma is niet afdwingbaar. De klassenraad zal dan beslissen welke vakken in welk jaar moeten gevolgd worden en zal je ook tussentijds evalueren.
  5. Tijdelijk onderwijs aan huis

    Als je door ziekte of ongeval tijdelijk de lessen niet (of voor minder dan de helft) kan volgen op school, heb je als regelmatige leerling recht op tijdelijk onderwijs aan huis (TOAH). Dit betekent dat je elke week 4 uur les krijgt thuis. De klassenraad beslist in welke vakken.
    Behalve voor chronisch zieke leerlingen, geldt dat je pas recht hebt op TOAH nadat je 21 volledige kalenderdagen ononderbroken afwezig bent geweest. Als je na een periode van TOAH opnieuw naar school komt, maar binnen 3 maanden hervalt, moet deze wachtperiode echter niet opnieuw worden doorlopen.
    Als je op 15 km of minder van de school verblijft, heb je in onze school recht op TOAH.
    Als je van TOAH wil gebruik maken, dan dienen je ouders een schriftelijke aanvraag in bij de directeur en voegen daar een medisch attest bij waaruit blijkt dat je onmogelijk naar school kan komen maar dat je wel onderwijs mag krijgen. TOAH is gratis. Er wordt mee gestart uiterlijk vanaf de schoolweek die volgt op de week waarin je aanvraag werd ontvangen en ontvankelijk bevonden.
  6. Je moet naar een begrafenis of huwelijk

    Je mag steeds afwezig zijn om een begrafenis of huwelijksplechtigheid van een bloed- of aanverwant of iemand die bij jou thuis inwoont, bij te wonen. Je bezorgt vooraf aan het leerlingenonthaal dan één van de volgende documenten: een verklaring van je ouders, een doodsbericht of -brief, of een huwelijksaankondiging of -brief.
    Naast de afwezigheid omwille van het bijwonen van een begrafenis, kan de school je n.a.v. het overlijden van een bloed- of aanverwant enkele dagen afwezigheid toekennen zodat je je emotioneel evenwicht kan terugvinden (zie punt 2.5.6).
  7. Je bent (top)sporter

    Als je in het bezit bent van het topsportstatuut (A of B) kan je maximum 40 halve lesdagen afwezig blijven om deel te nemen aan stages, tornooien en wedstrijden. Dit geldt niet voor het volgen van wekelijkse trainingen.
    Ook sporters die niet in het bezit zijn van een topsportstatuut, kunnen van de school de toelating krijgen om deel te nemen aan een sportmanifestatie bv. op grond van een selectie door een erkende sportfederatie (zie punt 2.5.6).
  8. Je bezit een topkunstenstatuut

    De selectiecommissie van het topkunstenstatuut kan je het recht verlenen om een aantal halve lesdagen afwezig te zijn om deel te kunnen nemen aan wedstrijden, stages, masterclasses of andere activiteiten die rechtstreeks aanleunen bij je discipline.
  9. Als je zwanger bent, heb je recht op moederschapsverlof, dat is maximaal één week gewettigde afwezigheid voor de vermoedelijke bevallingsdatum en maximaal negen weken na de bevalling. De schoolvakanties schorten dit verlof niet op. Tijdens die afwezigheid kom je in aanmerking voor tijdelijk onderwijs aan huis.
  10. Je mag ook afwezig zijn om de volgende redenen
    • je moet voor een rechtbank verschijnen
    • de school is door overmacht niet bereikbaar of toegankelijk
    • je bent onderworpen aan een maatregel opgelegd in het kader van de bijzondere jeugdzorg of de jeugdbescherming
    • je moet proeven afleggen voor de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap
    • je werd preventief geschorst
    • je werd, bij wijze van tuchtmaatregel, tijdelijk of definitief uitgesloten
    • je neemt, als lid van de raad van bestuur of van de algemene vergadering, deel aan activiteiten verbonden aan het lidmaatschap van de Vlaamse Scholierenkoepel
    • je wenst de feestdagen die inherent zijn aan je - door de grondwet erkende - levensbeschouwelijke overtuiging te beleven. Je ouders moeten dit wel vooraf en schriftelijk melden aan de school. De volgende feestdagen komen hiervoor in aanmerking:
      • ben je moslim: het Suikerfeest (1 dag) en het Offerfeest (1 dag)
      • ben je jood: het Joods Nieuwjaar (2 dagen), de Grote Verzoendag (1 dag), het Loofhuttenfeest (2 dagen) en het Slotfeest (2 laatste dagen), de Kleine Verzoendag (1 dag), het Feest van Esther (1 dag), het Paasfeest (4 dagen) en het Wekenfeest (2 dagen)
      • ben je orthodox: Paasmaandag, Hemelvaart (1 dag) en Pinksteren (1 dag), voor de jaren waarin het orthodox Paasfeest niet samenvalt met het katholiek Paasfeest
  11. Wat als je afwezig bent tijdens proefwerken, overhoringen, klasoefeningen of persoonlijke taken?
    • Als je om welke reden dan ook aan een overhoring, klasoefening of persoonlijk werk niet kan deelnemen, kan je verplicht worden die achteraf te maken.
    • Als je onwettig afwezig bent bij een overhoring, moet je onmiddellijk bij je terugkomst op school deze overhoring alsnog afleggen.
    • Kan je, wegens een geldige reden, niet deelnemen aan één of meer proefwerken, dan moet je de directeur hiervan onmiddellijk verwittigen.
    • Als je één of enkele proefwerken wegens een geldige reden mist, beslist de directie of je de niet-gemaakte proefwerken moet inhalen. Als je langdurig afwezig bent, beslist de directie steeds in samenspraak met de klassenraad of je de niet gemaakte proefwerken moet inhalen.
      De directie beslist ook hoe en wanneer je de niet gemaakte proefwerken moet inhalen. Dit wordt aan je ouders meegedeeld.
  12. Spijbelen kan niet

    Hierboven heb je kunnen lezen in welke gevallen je op school gewettigd afwezig kan zijn. Leren en schoollopen kunnen soms om diverse redenen als lastige, minder leuke opdrachten ervaren worden. Blijf echter niet zomaar weg uit school. Spijbelen kan niet. De prefecten en de leerlingenbegeleiders wil je er samen met de leerkrachten bij moeilijkheden weer bovenop helpen. Daarvoor rekenen we ook op jou om onze begeleidingsinspanningen zo positief mogelijk op te volgen. We rekenen er ook op dat je ouders actief meewerken bij eventuele begeleidingsmaatregelen op dit vlak.

    Indien je niet meewerkt aan onze begeleidingsinspanningen, kan de directie het clb en eventueel de politie inschakelen. De directie kan zelfs beslissen om je uit te schrijven, bijvoorbeeld omdat je blijft spijbelen of omdat het voor de school al een hele tijd niet duidelijk is waar je bent. In deze gevallen kan de school je dossier, omdat ze het als zorgwekkend beschouwt, doorspelen naar het departement Onderwijs.


  13. Van school veranderen tijdens het schooljaar

    Als je in de loop van het schooljaar van school wenst te veranderen, melden je ouders dit onmiddellijk aan de directeur. Wanneer je van school verandert, zullen wij samen met je administratief dossier een aantal gegevens over je schoolloopbaan aan je nieuwe school doorgeven. Dit heeft als enige bedoeling jou ook in je nieuwe school een aangepaste studiebegeleiding aan te bieden. Zowel jij als je ouders kunnen vragen om die gegevens in te zien. We geven geen informatie door als jullie dat niet willen, tenzij we daartoe wettelijk verplicht zijn.  Als je niet wil dat we bepaalde gegevens doorgeven, moeten jij of je ouders ons dat schriftelijk binnen de 10 dagen na je inschrijving in een andere school laten weten.

Begin

Synchroon internetonderwijs

Als je door ziekte, ongeval of moederschapsverlof tijdelijk de lessen niet kan volgen, dan zal de school nagaan of je recht hebt op synchroon internetonderwijs. Dit biedt de mogelijkheid om van thuis uit via een internetverbinding live deel te nemen aan de lessen, samen met je klasgenoten. Met vragen hierover kan je steeds terecht bij de directie.

Begin

Flexibele leertrajecten

Normaal volg je het hele programma van de studierichting waarin je bent ingeschreven. In enkele heel uitzonderlijke situaties kan de klassenraad toch beslissen om je voor één of meer vakken of vakonderdelen een aangepast lesprogramma te geven omwille van ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige redenen. Je ouders kunnen dat bij ons aanvragen, dit is echter nooit een afdwingbaar leerlingenrecht. Een aanvraag moet steeds gestaafd worden door een medisch attest, een advies van het CLB of van de cel leerlingenbegeleiding. Als je aan de voorwaarden voldoet, zal de klassenraad de vraag onderzoeken en een beslissing nemen. Elke aanpassing moet haalbaar zijn voor jezelf en voor de school.

  1. Spreiding van het lesprogramma over meerdere schooljaren

    De klassenraad kan een spreiding van het lesprogramma over twee schooljaren, of het programma van een graad over drie schooljaren toestaan als je wegens ziekte, specifieke onderwijsbehoeften of ongeval het geheel van de vorming van een bepaald leerjaar niet binnen één schooljaar kan volgen. De school vraagt steeds een attest van een geneesheer-specialist. De wijze waarop het lesprogramma wordt opgedeeld (periodes, vakken,…) zal in functie van de haalbaarheid voor jezelf en voor de school worden vastgelegd.

  2. Aanpassing van het lesprogramma

    Als je wegens ziekte, specifieke onderwijsbehoeften of ongeval bepaalde vakken niet kan volgen, kan de klassenraad vrijstelling van 1 of meer vakken toestaan op voorwaarde dat je vervangende activiteiten volgt. Een vrijstelling met vervangende activiteit kan zowel naar inhoud (vervanging van een vak door een ander) als naar vorm (alternatieve wijze van verstrekking). Lichamelijke opvoeding zou bv. kunnen worden vervangen door een ander vak, maar zou ook kunnen worden gehandhaafd door middel van een louter theoretische benadering.Het systeem van aanpassing van het lesprogramma mag gecombineerd worden met het systeem van spreiding van het lesprogramma.

  3. Vrijstellingen omwille van specifieke onderwijsbehoeften van de leerling

    Dit traject is bedoeld voor leerlingen met (tijdelijke) leerstoornissen/moeilijkheden en leerlingen met hoogbegaafdheid. De begeleidende klassenraad beslist individueel en op basis van handelingsgerichte diagnostiek welke leerlingen hiervoor in aanmerking komen. De ouders of de meerderjarige leerling moeten hiermee akkoord gaan. Welke maatregelen aan de orde zijn, zal afhangen van wat jij nodig hebt en wat wij als school kunnen organiseren. Het kan dan bv. gaan om extra hulpmiddelen (bv. dyslexiesoftware) om aangepaste doelstellingen, om een spreiding van het lesprogramma. De begeleidende klassenraad kan de leerling vrijstelling geven van bepaalde vakonderdelen of activiteiten maar niet voor een volledig vak behalve wanneer het volledig vak vervangen wordt door het vak Nederlands. De vrijgekomen uren worden besteed aan een door de begeleidende klassenraad vervangend en evenwaardig individueel lesprogramma waarbij het aantal wekelijkse lesuren hetzelfde blijft als voor de overige leerlingen van de groep. Deze vrijstellingen en dit vervangingsprogramma worden schriftelijk en gemotiveerd vastgelegd in het leerlingendossier.

  4. Vrijstellingen als de leerling reeds geslaagd is voor dezelfde (onderdelen van ) vakken.

    Dit traject is bedoeld voor leerlingen die binnen het secundair onderwijs reeds geslaagd zijn voor (onderdelen van) één of meer dezelfde vak(ken) in het secundair onderwijs ongeacht waar die gevolgd werden. De toelating tot dit traject is afhankelijk van een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad op advies van de delibererende klassenraad van het vorig schooljaar. De vrijgekomen uren worden besteed aan een door de toelatingsklassenraad samengesteld individueel lesprogramma. Daarbij zal gefocust worden op (onderdelen van) vakken die nieuw zijn, die uitgediept of geremedieerd moeten worden. Hierbij blijft het aantal wekelijkse lesuren hetzelfde zoals voor de overige leerlingen van de groep.

Begin

Persoonlijk schoolmateriaal
  1. Je schoolagenda.
  2. Je notities.
  3. Persoonlijk werk.
  4. Taalbeleid van onze school.
  5. Digitaal werkinstrument.

  1. Schoolagenda

    Je vakleerkracht zorgt voor de registratie van wat je tijdens zijn les gedaan hebt. Je kan dit registratie-agenda consulteren op ELO (elektronische leeromgeving) van de school.
    Daarnaast heb je zelf een schoolagenda. Deze persoonlijke agenda heeft twee functies. Het is een instrument om je werk te plannen: er is plaats voorzien om je werk te plannen tijdens de lesuren én tijdens de naschoolse tijd. Je agenda is ook een communicatiemiddel tussen de school en je ouders: je noteert zelf het resultaat van je taken en toetsen, en er is plaats voorzien voor opmerkingen van leerkrachten, directie, prefect en leden van het ondersteunend personeel. Je hebt bij gewone lesactiviteiten deze schoolagenda steeds bij. Op geregelde tijdstippen ondertekenen je ouders dit agenda en zorgt je klasleraar voor de opvolging.
  2. Notitie­s

    Elke leraar zal je duidelijk zeggen welke leerstof en oefenin­gen je moet inschrijven en hoe dit dient te gebeuren. Dateer elke les.
    Elke vakleraar zal geregeld je notities nakijken. Zorg ervoor dat je ze steeds nauwgezet en volledig invult.
    Je bewaart de notities steeds tot het einde van het volgende schooljaar.
    In elke klas worden voor het einde van het eerste semester door de klasleraar enkele leerlingen aangeduid die hun notities op het einde van het schooljaar moeten afgeven. Deze leerlingen krijgen mappen waarin ze hun notities bundelen. Op het einde van het volgende schooljaar krijgen deze leerlingen hun notities terug.
    De inspectie kan alle documenten opeisen van om het even welke klas of vak, die aantonen dat je de bedoelde lessen met vrucht gevolgd hebt. Elke leerling dient de notities en toetsen dan ook gedurende 2 jaar bij te houden.
  3. Persoonlijk werk

    Je taken en oefeningen worden zorgvuldig gemaakt en op de afgesproken dag afgegeven. Bij één dag of enkele dagen afwezigheid wordt elke taak bijgewerkt. Deze verplichting vervalt echter na overleg met de klassenraad bij een langere gemotiveerde afwezigheid.
  4. Taalbeleid van onze school
    Wanneer je voor het eerst in het secundair onderwijs hebt ingeschreven, zullen we onderzoeken of je extra ondersteuning nodig hebt, bv. voor taal. Dat onderzoek gebeurt bij het begin van het schooljaar en kan als gevolg hebben dat de klassenraad je een aangepaste begeleiding aanbiedt.

    Als je het moeilijk hebt met een of meer vakken door taalproblemen, kan de klassenraad je toestaan om andere lessen of activiteiten te volgen, om makkelijker terug aan de sluiten bij de klas.

  5. Digitaal werkinstrument

    Vanaf het vijfde jaar gebruiken leerlingen een eigen computer tijdens de lessen. Aangezien de computers als didactisch werk- en leermiddel zullen gebruikt worden, moet elke leerling tijdens de lessen over een eigen computer beschikken. De school biedt een toestel aan dat door de ouders kan aangekocht worden. Leerlingen mogen ook een eigen toestel mee naar school brengen indien de educatieve toepassingen die de school voor ogen heeft mogelijk zijn op dit toestel.
    Het gebruik van het digitaal werkinstrument valt onder het schoolreglement. De algemene regels rond sociale media zijn ook van toepassing op het gebruik van het digitaal werkinstrument. De ICT-cel volgt het correct gebruik van digitale werkinstrumenten op. Leerlingen die de hieronder beschreven gedragscodes overtreden, zullen een passende sanctie krijgen.

    • Doelstelling

      Het Sint-Ritacollege kiest voor een eigentijdse en krachtige leeromgeving. Digitale werkinstrumenten betekenen een didactische meerwaarde in deze omgeving:
      Verhoging van de digitale geletterdheid bij de leerlingen als voorbereiding op het hoger onderwijs.
      Realisatie van leerplandoelen voor alle vakken ( o.a. wiskunde, wetenschappen, talen …) dankzij het gebruik van dit didactisch hulpmiddel.
      Verhoging van de mogelijkheden tot differentiëren (meer uitdieping of meer ondersteuning) en tot activerend onderwijs.
      Permanente beschikbaarheid van een informatiebank: het internet en de elektronische leeromgeving van de school.

    • Gebruik in de les

      Het uitgangspunt is om ongeveer 30% van de lestijd een digitaal werkinstrument te gebruiken. Het toestel hoeft daarom niet permanent open op de bank te staan - enkel volgens de richtlijnen van de vakleraar. Indien je het handig vindt om notities met het toestel te maken in plaats van op papier, vraag je daarvoor de toestemming aan je vakleraar.
      Tijdens de les gebruik je het toestel alleen voor zaken die met de les te maken hebben. Goed gebruik van een digitaal werkinstrument vereist dat je geregeld een back-up aanmaakt.
      Je zorgt er in elk geval voor dat je het toestel elke dag bij hebt, in operationele toestand en met volle batterij. De lader kan je dan ook thuis laten. Oortjes en hoofdtelefoons stop je in je zak of tas, tenzij de leerkracht toestemming geeft om ze voor lesdoelen te gebruiken

    • Na de les

      Tijdens de pauzes, tijdens de lessen lichamelijke opvoeding of bij lesdoorbrekende activiteiten wordt het digitaal werkinstrument steeds bewaard in de persoonlijke locker van de leerling. Om diefstal te voorkomen worden bewakingscamera's geplaatst bij de computerlockers. De randvoorwaarden voor dit elektronisch toezicht zoals bepaald in cao 68 werden door de overlegorganen goedgekeurd. Laat je computer alleszins nooit onbeheerd achter in je boekentas. Tijdens excursies wordt het digitaal werkinstrument niet meegenomen tenzij dit uitdrukkelijk zo afgesproken werd met de verantwoordelijke leerkracht.

    • Na school

      Je computer blijft nooit achter op school en dit om verschillende redenen: het is niet veilig, je kan hem thuis niet gebruiken, je kan de batterijen niet opladen. Laat hem dus nooit ‘s nachts of in het weekend achter in je locker.

    • Gebruik van het netwerk

      Het draadloze netwerk staat open. Dat is makkelijk en dat kan zo blijven, zolang er door iedereen op een faire manier mee omgegaan wordt. “Fair” houdt in dat je geen grote bestanden downloadt, dat je geen schadelijke pakketten verzendt, geen vast IP-adres instelt, niets onwettelijk of onfatsoenlijk via het netwerk doet, geen youtube of gelijkaardige netwerken gebruikt voor achtergrondmuziek. Kortom, dat je niets doet dat schade aan het netwerk aanricht, het gebruik ervan door anderen hindert of de rechten en privacy van anderen schendt.
      Het open staan van het netwerk houdt risico’s in. Gebruik dus zoveel mogelijk veilige verbindingen (via HTTPS).

    • Wat wordt zonder meer beschouwd als misbruik van het digitaal werkinstrument (niet limitatieve lijst)
      • illegale software downloaden of gebruiken
      • geluidsopnames, filmpjes, foto’s zonder toestemming van de betrokkene nemen en/of verspreiden
      • je paswoord uitwisselen of gebruik maken van het paswoord van iemand anders
      • ongepaste inhouden op je digitaal werkinstrument installeren (geweld, porno, seks ....)
      • inhouden installeren die vlot onderwijs belemmeren (spelletjes, films, muziek)
      • mailen, gamen, chatten en elke andere vorm van communicatie (intern/extern) tijdens de lessen zonder toestemming van je leerkracht
      • je medewerking verlenen aan cybercrime (pesten, stalken, iemand zwart maken, ...) (zie ook cyberpesten)
      • bij gebruik van sociale media het goed en veilig school- en onderwijsklimaat voor participanten van de school in het gedrang brengen


Begin

Begeleiding bij je studies
  1. De klasleraar
  2. De klassenraad
  3. De cel leerlingenbegeleiding
  1. De klasleraar
    Eén van je leraars vervult de taak van klasleraar. Bij die leraar kan je, in de loop van het schooljaar, altijd terecht met je vragen, je problemen in verband met je studie of persoonlijke situatie.
    Een gesprek in volle vertrouwen kan soms wonderen verrichten. Een klasleraar volgt elke leerling van zijn klas van zeer nabij. Hij/zij is ook de meest aangewezen persoon om in te spelen op mogelijke problemen in de klas.
  2. De klassenraad
    Je hebt als leerling recht op een passende begeleiding. Om het contact met en de samenwerking tussen al je vakleraars te vergemakkelijken, komt er op geregelde tijdstippen een "begeleidende" klassenraad samen. Al je leerkrachten maken deel uit van deze klassenraad. Tijdens deze vergadering verstrekt je klasleraar ruime informatie of toelichting over de studie van elke leerling van zijn klas. Door bespreking van de studieresultaten zoekt de klassenraad naar een passende individuele begeleiding en kan een begeleidingsplan worden afgesproken. De klasleraar, de vakleraar of de leerlingenbegeleider zorgt voor de verdere opvolging van dit begeleidingsplan, en informeert ook indien nodig de cel leerlingenbegeleiding en de CLB-medewerker. Het hoofddoel van deze "begeleidende" klassenraad is je studievordering in de tijd te volgen om op die manier de eindbeslissing van de delibererende klassenraad goed voor te bereiden. De klasleraar, de vakleraar of de leerlingenbegeleider zorgt er voor dat de gegevens opgenomen worden in jouw dossier.


  3. De cel leerlingenbegeleiding
    De cel leerlingenbegeleiding coördineert de begeleiding van de leerlingen, zowel leergericht als socio-emotioneel, en wat betreft de leerstoornissen. De cel vergadert wekelijks. Zij bestaat uit de leerlingenbegeleiders, de prefecten, de directie en de CLB-adviseur.
    De cel leerlingenbegeleiding zal steeds, in overleg met jou, je ouders, je klasleraar en andere leerkrachten, zoeken naar de meest aangewezen vorm van begeleiding. De cel leerlingenbegeleiding rekent daarbij op de positieve medewerking van jou en je ouders.

Begin

Evaluatie
  1. Evaluatie van het dagelijks werk
  2. Proefwerken
  3. Wat bij spieken
  4. Rapporten
  5. Oudercontact

  1. Evaluatie van het dagelijks werk:

    Ze omvat de beoordeling van je persoonlijk werk en de resultaten van je toetsen.
    Deze evaluatie verstrekt aan de leraar informatie over bepaalde aspecten van je studievordering en -ontwikkeling.
    De leraar bepaalt, in afspraak met de begeleidende klassenraad, zowel het aantal als de spreiding van mondelinge en schriftelijke opdrachten.
    Bij de planning van taken en toetsen word je in de mate van het haalbare betrokken. Door gespreide en vooraf bepaalde overhoringen over grotere leerstofonderdelen leer je overzichtelijk een ruimer gedeelte van de leerstof verwerken.
    Indien je afwezig bent bij een aangekondigde herhalingstoets, dan meld je je de volgende les bij de vakleraar en vraag je hem wanneer je de gemiste herhalingstoets mag doen.
    Indien je onwettig afwezig bent bij een toets, dan dien je onmiddellijk bij je terugkomst op school alsnog deze toets af te leggen.
    In het zesde jaar wordt gewerkt met een flexibel evaluatiesysteem ter voorbereiding op het hoger onderwijs. In dit flexibel evaluatiesysteem word je zelf verantwoordelijk gesteld voor de punten dagelijks werk.
  2. Proefwerken:

    De bedoeling hiervan is na te gaan of je grote gedeelten van de leerstof kan verwerken.
    Er zijn twee semesters en dus twee reeksen proefwerken voor alle jaren. De periodes van de proefwerken worden in je jaarkalender opgenomen.
    De school behoudt zich het recht voor om in geval van onvoorziene omstandigheden daarvan af te wijken.

    Twee weken voor het begin van je proefwerken krijg je een proefwerkrooster.

    De week voor de proefwerken mogen er geen toetsen worden afgenomen zodat je je goed kan voorbereiden op de proefwerken.
    De leerlingen van de eerste graad krijgen een bundel met de leerstofoverzichten van elk vak. Deze bundel gebruik je voortdurend als leidraad bij je voorbereidingen voor het proefwerk. De leerlingen van de hogere jaren maken zelf hun leerstofoverzichten op.
    Het proefwerk begint om 8u25 en eindigt om 9u15, 10u05, 11u10 of 12u. Uitzonderlijk zijn er ook sommige schriftelijke proefwerken die om 10u20 starten. De proefwerken zijn zo opgesteld dat je de volledige periode nodig hebt om het proefwerk te maken. Normaal worden de proefwerken pas op het einde van de periode opgehaald. Neem toch een boek of een tijdschrift mee om de periode die eventueel overblijft, nadat je je proefwerk afgelegd hebt, zinvol te gebruiken. Vooraleer je je proefwerk afgeeft, lees je het nog eens na en controleer je of je wel alle vragen beantwoord hebt.

    Als je proefwerk eindigt om 9u15 of 11u10 verlaat je dadelijk de school of ga je naar de studiezaal. Blijven praten op de speelplaats is immers storend voor de leerlingen die nog proefwerk hebben. Bij mondelinge proefwerken kom je minstens een kwartier voor de afgesproken tijd naar het proefwerklokaal en verlaat je na het proefwerk de school of ga je naar de studiezaal.

    Het lokaal waar je je proefwerk moet afleggen vind je bovenaan op het proefwerkrooster. Let wel, soms moet je voor een bepaalde dag naar een ander lokaal; ook deze informatie vind je terug op het rooster. Je krijgt een vaste plaats toegewezen. Je laat je boekentas en je jas buiten in de gang achter. Indien je atlas, bijbel of woordenboek nodig hebt, zorg je ervoor dat er niets in steekt of geschreven staat.

    Op je tafel leg je je schrijfgerei, je pennenzak laat je in je boekentas zitten.

    Indien je samen met je klasgenoten vindt dat een proefwerkvraag onmogelijk te beantwoorden was (bv. leerstof niet gezien), dien je onmiddellijk na het proefwerk de klasleraar of de directie te verwittigen. De directie zal dan zo nodig een onderzoek instellen of je klacht gegrond is. Kom je tijdens de proefwerkperiode in problemen, verwittig dan zo snel mogelijk je klasleraar of de directie.
    Afwezigheden tijdens de proefwerken moeten door de ouders vooraf gemeld worden en nadien gestaafd door een doktersattest. Een leerling mag na een afwezigheid dadelijk terug deelnemen aan de proefwerken.

    Leerlingen die tijdens de proefwerkenperiode op school willen studeren moeten zich hiervoor inschrijven. Deze studie loopt elke dag (ook op woensdagnamiddag!) tot 15u50.

  3. Wat bij spieken?

    Wanneer je tijdens een gewone taak of toets betrapt wordt op spieken, kan de leraar beslissen om je voor die taak of toets een nul te geven;

    Wanneer een personeelslid van de school je tijdens een proefwerk betrapt op een onregelmatigheid, verzamelt het personeelslid de nodige bewijsstukken en treft hij een ordemaatregel die alleen tot doel heeft een verder normaal verloop van de proefwerken mogelijk te maken. Hij beslist zelf niet over de gevolgen van de vastgestelde onregelmatigheid.
    Elk gedrag in het kader van de beoordeling van een vak waardoor je het vormen van een juist oordeel omtrent je kennis, inzicht en/of vaardigheden dan wel de kennis, het inzicht en/of de vaardigheden van andere leerlingen onmogelijk maakt of poogt te maken, wordt beschouwd als een onregelmatigheid. We denken bv. aan: spieken, plagiaat, het gebruik van niet-toegelaten materialen, technieken en hulpmiddelen, ...
    Na de vaststellingen van het personeelslid van de school, zal jij, eventueel bijgestaan door je ouders, steeds gehoord worden door de directie. Deze verzamelt de bewijsstukken en stelt een dossier op met daarin de verklaring van het personeelslid van toezicht, jouw verklaring en die van je ouders. Dit dossier wordt
    aan de klassenraad bezorgd. Indien de klassenraad oordeelt dat er effectief sprake is van fraude, dan worden je ouders hiervan op de hoogte gebracht en word je volledig of gedeeltelijk uitgesloten van deze evaluatiebeurt. De delibererende klassenraad kan uitgaan van de veronderstelling dat je gefraudeerd hebt omdat je de leerstof die werd getoetst niet kende. Hij kan ook beslissen je voor dit vak een bijkomende proef toe te kennen.
    Om spieken te voorkomen worden hulpmiddelen die tijdens de proefwerken mogen gebruikt worden (atlassen, woordenboeken, rekentoestellen), bij het begin van het proefwerk opgehaald en in willekeurige volgorde uitgedeeld. Zorg ervoor dat je hulpmiddel gemerkt is.



  4. Rapporten

    Het rapport is een schriftelijk verslag van je dagelijks werk en je proefwerkresultaten. Daardoor is het mogelijk je werkzaamheden op school te volgen, te evalueren, bij te sturen, ja zelfs te belonen.
    In de loop van het schooljaar worden er vier tot vijf rapporten uitgedeeld, die een tussenstand van de resultaten van je dagelijks werk weergeven. Naast deze rapporten kan je je resultaten ook opvolgen via de elektronische leeromgeving.

    De klasleraar overhandigt je dit rapport op de data die vermeld staan in je jaarkalender. Elk rapport laat je door je vader of moeder (*) handtekenen. Je bezorgt het de eerstvolgende schooldag terug aan je klasleraar die verantwoordelijk is voor het tussentijds bewaren ervan.
    Het semesterrapport met de resultaten van de proefwerken wordt door je ouders afgehaald de laatste dag van het semester. Bij het begin van het volgend semester bezorg je het aan de klasleraar terug.
    Het jaarrapport bevat naast de jaarresultaten van al je vakken ook het behaalde oriënteringsattest, de adviezen, de bijkomende proef, de remediëringstaak of de waarschuwing.

    Jij en je ouders kunnen ook zelf vragen om inzage te krijgen in en/of uitleg bij de toetsen en proefwerken die je hebt afgelegd. Eventueel kunnen jullie daarna ook een kopie vragen. Dit kan door schriftelijk contact op te nemen met de directie. We kunnen geen gegevens doorgeven die betrekking hebben op medeleerlingen.

  5. Oudercontacten:

    Bij het begin van je schoolloopbaan organiseert de school een contact met je ouders om hen kennis te laten maken met de school, directie en leraars. Zij krijgen dan heel wat nuttige informatie over het pedagogisch project, de vakinhouden, het evaluatiesysteem, het rapport, de schoolagenda, enz...
    Elk jaar zijn er eveneens individuele contactmogelijkheden:
    • in oktober voor alle leerjaren na het eerste maandrapport: je ouders kunnen dan zowel de klasleraar als vakleraars spreken
    • na de kerstproefwerken voor alle leerjaren: de klasleraar geeft dan aan jou en je ouders informatie bij het rapport
    • in januari voor alle leerjaren: je ouders kunnen dan met de vakleraars spreken
    • ook in januari voor de zesdejaars: de directie geeft dan aan je ouders uitleg over het evaluatiebeleid en de studiekeuze naar het hoger onderwijs toe
    • in mei voor het tweede en het vierde leerjaar: de directie geeft informatie aan je ouders ivm. de studiekeuze, klasleraar licht het voorlopige advies toe
    • op het einde van het schooljaar: de klasleraar bespreekt dan samen met jou en je ouders je eindresultaat

    De school rekent erop dat wanneer je ouders expliciet worden uitgenodigd om aanwezig te zijn op een oudercontact, je ouders op die uitnodiging ook ingaan. Maar om contact op te nemen met de school, hoeven je ouders niet te wachten tot de oudercontacten.

Begin

Deliberatie
  1. Hoe functioneert de deliberatie?
  2. Mogelijke deliberatiebeslissingen
  3. Adviezen
  4. Beroepsprocedure
  1. Hoe functioneert de delibererende klassenraad?
    1. De delibererende klassenraad bestaat ten minste uit al de leraars die dit schooljaar bij je opleiding betrokken zijn, en wordt voorgezeten door de directeur. Een leerkracht mag tijdens de delibererende klassenraad niet deelnemen aan de bespreking van een leerling waaraan hij privaatlessen of een schriftelijke cursus heeft gegeven of waarmee hij bloed- of aanverwant is tot en met de vierde graad (dit betekent dat een leerkracht niet mag delibereren over zijn kinderen (eerste graad), zijn kleinkinderen of broers en zussen (tweede graad), de kinderen van zijn broers en zussen (derde graad), zijn ne-en en nichten (vierde graad) en al hun aanverwanten).

    2. Voor de eindbeslissing houdt de klassenraad rekening met het globale resultaat van de leerling maar naargelang de studierichting die de leerling volgt, zullen bepaalde vakken meer gewicht in de schaal werpen. Zo zal een tekort voor een vak behorend tot het fundamentele gedeelte van een studierichting steeds ernstig besproken worden. Zelfs als dit het enige tekort is, zal de delibererende klassenraad onderzoeken of dit tekort niet de overgang naar het hogere leerjaar in gevaar brengt. Ook vakken waarvoor de leerling tijdens de deliberatie van het eraan voorafgaande studiejaar een waarschuwing kreeg, krijgen extra aandacht tijdens het deliberatieproces.
    3. Op het einde van het schooljaar beslist deze vergadering volledig autonoom over:
      • je slagen of niet slagen in een bepaald leerjaar
      • het toekennen van attesten en getuigschriften
      • het geven van adviezen voor je verdere studie of andere mogelijkheden

      De delibererende klassenraad steunt zich daarbij op:

      • het resultaat van je globale evaluatie
      • beslissingen, vaststellingen en adviezen van de begeleidende klassenraad doorheen het schooljaar
      • je mogelijkheden i.v.m. verdere studies

      De personen die je beoordelen, hebben je gedurende een volledig schooljaar gevolgd en begeleid. Beslissingen van de delibererende klassenraad zijn steeds prospectief gericht op het volgende leerjaar.
      De beraadslagingen van de delibererende klassenraad zijn geheim.


    4. Als de klassenraad van oordeel is dat je wel geslaagd bent, maar dat je kampt met een ernstig tekort voor een vak en best een onderdeel van dat vak tijdens de vakantie wat uitdiept of op peil houdt, dan kan hij je als studiehulp een remediëringstaak geven. Je wordt hiervan via het eindrapport verwittigd. De kwaliteit van het afgeleverde werk is belangrijk voor het volgende schooljaar.

    5. De klassenraad kan via het eindrapport bij een fundamenteel tekort voor een vak je voor dit vak uitdrukkelijk een waarschuwing geven. Ondanks dit tekort, wordt toch een positieve beslissing genomen. Je krijgt één jaar tijd om bij te werken. Een waarschuwing gaat steeds vergezeld van een remediëringstaak en een vorderingstoets begin september, die meetelt voor het dagelijks werk van het eerste maandrapport van het nieuwe schooljaar.
      De school zal je gedurende het volgende schooljaar begeleiden, in de mate dat je zelf inspanningen doet. Komt er echter geen merkbare positieve evolutie, en blijft het fundamenteel tekort bestaan, dan kan de delibererende klassenraad op het einde van het schooljaar een B- of C-attest toekennen.

    6. De eindbeslissing, al dan niet met waarschuwing en/of remediëringstaak, wordt aan jou en je ouders meegedeeld via het eindrapport. Uiteraard kunnen jij en je ouders met hun vragen steeds terecht bij de directeur, bij de klasleraar en de vakleraars, en bij de CLB-afgevaardigde.

    7. Soms kan het gebeuren dat de delibererende klassenraad niet in staat is eind juni een eindbeslissing te nemen. Je deliberatiedossier is onvolledig en/of niet eenduidig. De klassenraad heeft meer gegevens nodig. Hij kan je dan een bijkomende proef opleggen op het einde van de zomervakantie en pas dan een beslissing nemen. Je wordt hiervan via het eindrapport verwittigd. Dit is echter zeer uitzonderlijk, behalve in het zesde leerjaar, omdat er hier geen waarschuwingen kunnen uitgesproken worden. In de loop van de laatste week van augustus zal de klassenraad in dit geval een beslissing nemen (zie schoolkalender).
  2. Mogelijke beslissingen
    • De delibererende klassenraad oordeelt over je slaagkansen in het volgende leerjaar:
      • krijg je een oriënteringsattest A, dan word je zonder beperkingen toegelaten tot het volgende leerjaar
      • krijg je een oriënteringsattest B, dan ben je nog geslaagd, maar bepaalde onderwijsvorm(en) of studierichting(en), waarin men je weinig kansen toemeet omdat je voor bepaalde vak(ken) tekort(en) hebt, worden uitgesloten. De delibererende klassenraad bezorgt je samen met je rapport de belangrijkste redenen voor deze beslissing..
      • krijg je een oriënteringsattest C, dan ben je niet geslaagd, omdat ofwel het globale resultaat zo zwak is ofwel de tekort(en) voor bepaalde vak(ken) zo ernstig zijn dat je niet mag overgaan naar een volgend leerjaar. De klassenraad bezorgt je samen met je rapport de belangrijkste redenen voor deze beslissing.

      Een oriënteringsattest is bindend.

    • Eindleerjaren van een graad worden bekrachtigd met een studiebewijs:
      • een getuigschrift van de eerste graad
      • een getuigschrift van de tweede graad
      • een diploma van secundair onderwijs

  3. Adviezen

    Een geschreven advies wordt door de delibererende klassenraad zowel bij een attest A, B of C geformuleerd en via je rapport aan je ouders worden meegedeeld.
    Dit advies bevat de aanbeveling van een studierichting voor het volgende schooljaar.
    Een advies van de delibererende klassenraad is niet bindend maar het geeft je wel een ernstige aanduiding en wordt dan ook het best opgevolgd.
  4. Betwisting van de genomen beslissing door je ouders
    • De beslissing die een delibererende klassenraad neemt, is steeds het resultaat van een weloverwogen evaluatie in het belang van de leerling. Het is uitzonderlijk dat dergelijke beslissingen door je ouders worden aangevochten. Mocht dit bij jou toch het geval zijn, dan kunnen je ouders volgende procedure volgen.
      Uiterlijk op de derde werkdag na de uitdeling van de rapporten (zie schoolkalender), kunnen zij een persoonlijk onderhoud aanvragen met de directeur als voorzitter van de delibererende klassenraad. Dit gebeurt ofwel persoonlijk aan de directeur, ofwel via e-mail op het adres info@ritacollege.be. Jullie krijgen een uitnodiging die de afspraak bevestigt. Het overleg vindt ten laatste plaats op de zesde werkdag na de dag waarop de rapporten werden uitgedeeld (zie schoolkalender).
      Tijdens dit overleg maken je ouders hun bezwaren kenbaar en verklaart de directeur aan de hand van je dossier de genomen beslissing.
      Dit overleg, waarvan het resultaat per aangetekende brief aan je ouders wordt meegedeeld, leidt tot één van de drie volgende conclusies:
      • de directeur (voorzitter van de delibererende klassenraad) heeft je ouders er inderdaad kunnen van overtuigen dat de genomen beslissing gegrond is: er is geen betwisting meer?
      • de directeur (voorzitter van de delibererende klassenraad) oordeelt dat de door je ouders aangebrachte elementen geen nieuwe bijeenkomst van de delibererende klassenraad rechtvaardigen, maar je ouders zijn het daar niet mee eens; de betwisting blijft bestaan.
      • de directeur (voorzitter van de delibererende klassenraad) is van oordeel dat de redenen die je ouders bij hun betwisting aandragen, het overwegen waard zijn. In dit geval roept de directeur zo spoedig mogelijk de delibererende klassenraad opnieuw samen; de betwiste beslissing wordt opnieuw overwogen. Afhankelijk van het resultaat van deze bijeenkomst, die aan je ouders per aangetekende brief wordt meegedeeld, blijft de betwisting al dan niet bestaan
      • <

    • Als de betwisting blijft bestaan, dan kunnen je ouders schriftelijk beroep instellen bij:
      Schoolbestuur VZW SINT-RITACOLLEGE, Pierstraat 3, 2550 Kontich
      Dit moet gebeuren uiterlijk op de derde werkdag na verzending (poststempel) van het resultaat van:
      • hetzij het overleg waarbij de betwiste beslissing bevestigd werd.
      • hetzij de nieuwe klassenraad, bijeengeroepen op basis van elementen van het overleg, waarmee je ouders echter nog niet akkoord kunnen gaan.
    • Er is dus een termijn van drie dagen, die begint te lopen nadat de aangetekende brief van de school wordt ontvangen. De poststempel geldt als bewijs, zowel voor de verzending als voor de ontvangst. Wanneer de school open is, kunnen je ouders het beroep bij het schoolbestuur ook daar persoonlijk afgeven. Je ouders krijgen dan een bewijs van ontvangst dat aantoont op welke datum ze het hebben ingediend.

      Als het beroep te laat verstuurd of afgegeven wordt, zal de beroepscommissie het beroep als onontvankelijk moeten afwijzen. Dat betekent dat ze het beroep niet inhoudelijk zal kunnen behandelen. De poststempel geldt als bewijs van de datum.

      We verwachten dat het beroep de redenen aangeeft waarom je ouders de beslissing van de delibererende klassenraad betwisten. Het beroep bij het schoolbestuur moet aan de volgende voorwaarden voldoen: het beroep is gedateerd en ondertekend.

      Wanneer het schoolbestuur een beroep ontvangt, zal het een beroepscommissie samenstellen. In die beroepscommissie zitten zowel mensen die aan de school of het schoolbestuur verbonden zijn als mensen die dat niet zijn. Het gaat over een onafhankelijke commissie die jullie klacht grondig zal onderzoeken. Ze zal steeds je ouders uitnodigen voor een gesprek. Die kunnen zich laten bijstaan door een vertrouwenspersoon.

      De beroepscommissie streeft naar een consensus. Wanneer het toch tot een stemming komt, heeft de groep van mensen die aan de school of het schoolbestuur verbonden zijn even veel stemmen als de groep van mensen die dat niet zijn. De beroepscommissie zal ofwel de betwiste beslissing bevestigen, ofwel een andere beslissing nemen. Het schoolbestuur zal de gemotiveerde beslissing binnen een redelijke termijn en ten laatste op 15 september van het daaropvolgende schooljaar met een aangetekende brief aan je ouders meedelen.

      Als je op het einde van een eerste leerjaar van de graad een attest van regelmatige lesbijwoning hebt gekregen, kan het zijn dat je bij school- of studieverandering toch een oriënteringsattest krijgt van de delibererende klassenraad van dat 1ste leerjaar. Als je ouders die beslissing betwisten, wordt de hele procedure afgerond binnen de 20 dagen.

    • Maar hopelijk komt het allemaal zo ver niet en slaag je erin op 30 juni het schooljaar succesvol af te sluiten zodat jezelf en je ouders best tevreden zijn met je resultaat. Dat succes wensen wij allen je persoonlijk ook van ganser harte toe!

Begin

Inzage evaluatiedocumenten

Leerkrachten bespreken op geregelde tijdstippen de resultaten van toetsen of examens met de leerlingen. Zo’n leerlingencontact is meestal erg verhelderend en draagt ook bij tot de begeleiding van de leerling op het vlak van studiemethode en studiehouding.
Ook ouders kunnen toelichting krijgen bij de evaluatiedocumenten: de oudercontacten zijn daarvoor een goede gelegenheid.
In uitzonderlijke gevallen vragen ouders of leerlingen een kopie van een afgelegd examen op basis van het recht van openbaarheid. Het openbaarheidsdecreet omschrijft het recht van openbaarheid als het recht om

  • inzage te krijgen van;
  • uitleg te krijgen over;
  • en een kopie te krijgen van een bestuursdocument.

Deze drie manieren waarop een bestuursdocument openbaar gemaakt kan worden, zijn evenwaardig.
De inzage en de uitleg zijn kosteloos. Voor het afleveren van kopieën mag de school een vergoeding vragen. Daarnaast moet een strikte aanvraagprocedure gevolgd worden:

  1. De aanvraag moet schriftelijk gebeuren bij de directie.
  2. De aanvraag moet het gewenste document, de identiteit en het adres van de aanvrager vermelden. Het belang van de gevraagde documenten moet duidelijk zijn.
  3. De aanvraag mag afgewezen worden als de vraag onredelijk blijft na een verzoek tot herformulering of als de gewenste documenten nog niet af of onvolledig zijn.
  4. Bij de vraag naar kopieën van een toets of een examen hoort automatisch vooraf een toelichting bij de toets of het examen door de vakleraar.
  5. De aanvrager verbindt er zich toe dat de gevraagde documenten niet aan derden worden doorgegeven (op welke wijze dan ook).

Binnen 15 dagen na de aanvraag, zal de directie antwoorden op de aanvraag tot openbaarmaking. Dit antwoord mag schriftelijk of per mail aan de aanvrager bezorgd worden. Enkel wanneer de directie van oordeel is dat de gevraagde informatie moeilijk tijdig te verzamelen is, kan de termijn van antwoord verlengd worden tot 30 kalenderdagen, maar dan wordt dit ook gemeld aan de aanvrager, met vermelding van de redenen van het uitstel. We kunnen geen gegevens doorgeven die betrekking hebben op medeleerlingen.

Begin