Het Sint-Ritacollege werd opgericht door E.P. Benignus Biets op 17 september 1936 als 'Juvenaat van de Paters Augustijnen'. Daar de gebouwen in Kontich nog niet klaar waren, verbleven de eerste leerlingen tot april 1937 in het 'Collège Notre Dame du Bon Conseil' te Marchienne-au-Pont, dat toen reeds verschillende jaren als juvenaat van de Paters Augustijnen was ingericht. Er werd gestart met 14 leerlingen, die de lessen volgden van de zesde Latijnse. De leiding van het college werd toevertrouwd aan E.P. Aloysius op 't Eynde. Bij het begin van het tweede schooljaar, september 1937, waren er reeds drie klassen: de vijfde en de zesde Latijnse, en het zevende voorbereidende.
Het oorspronkelijke gebouwencomplex bestond uit drie vleugels: vooraan het hoofdgebouw met de ontvangst-, woon- en slaapvertrekken, links aan de spoorwegkant (nu expresweg) de zijvleugel met klassen, keuken en refter, en rechts de kerk. In 1948 werden kerk en klooster achteraan verbonden met een achtervleugel, bestaande uit acht klassen. Het volgende jaar kwam uiterst links naast de spoorwegberm het hoofdgebouw van het internaat tot stand, met een studie-, toneel- en slaapzaal.
Toen in 1952 het college van Marchienne opgeheven werd, kwamen de laatste leerlingen van Marchienne naar Kontich.
Aanvankelijk bestond het leraarscorps uitsluitend uit paters. Toen echter in 1960 de kaap van 100 leerlingen overschreden werd, verschenen er meer en meer lekenleraars op het college. In 1961 werd pater Gustaaf Nagels rector. Hij was de vierde rector van het college: na pater Aloysius op 't Eynde hadden pater Martinus Hendrikx en pater Servaas Gabriëls het college bestuurd. In hetzelfde jaar werd het college omgevormd van een apostolische in een openbare school. Bij het begin van de jaren zestig waren er ook enkele belangrijke bouwactiviteiten: zo werden in 1962 vier klassen voor de voorbereidende afdeling gebouwd (de huidige E-blok). Twee jaar later was de turnzaal af, evenals de speelzaal van de hoogste klassen, het huidige leraarslokaal.
Vooral in het begin van de jaren zeventig groeide het aantal leerlingen
sterk: van 121 in 1968 tot 297 in 1975, of bijna een verdrievoudiging.. Van die 356 leerlingen zaten er 284 in het middelbaar en 72 in de lagere school. Het verschijnen van de eerste externe
leerlingen was aan deze groei niet vreemd: in 1967 werden de eerste externen
toegelaten, en reeds in 1976 werd het internaat opgedoekt. Naast deze
omschakeling van internaat naar externaat was de oprichting van een moderne
humaniora verantwoordelijk voor de expansie van het college. In september
1969 startte men met een algemeen middelbare afdeling, in 1972 met een economische en het volgend jaar met een wetenschappelijke afdeling.
Naast de uitbouw van de moderne humaniora en de omvorming van het internaat in een externaat, kende het college een geleidelijke democratisering. In 1970 werd naast
de leraarsvergadering en de leerlingenraad ook een oudercomité opgericht.
Het groeiend aantal leerlingen bracht met zich mee dat er weer moest bijgebouwd
worden: in 1971 de vleugel met de wetenschapslokalen
(D-blok), in 1972 de vleugel met zes klaslokalen en een overdekte speelplaats
(F-blok). Geleidelijk aan werden de slaapzalen van het internaat omgetoverd
in vaklokalen.
Ook het aantal lekenleraars nam snel toe. Reeds van bij het ontstaan van het college waren er vele parascolaire activiteiten, maar eveneens in de jaren zeventig bereikten deze activiteiten een ongekende bloei. Heel succesrijk was de jeugdgroep 'Spelewei', die rond 1970 heel wat optredens had in binnen- en buitenland. Het in 1968 als volleybalclub opgerichte RIKO, evolueerde snel naar een bloeiende voetbalclub. De reeds lang bestaande toneelgroep kreeg op 't einde van de jaren 70 een duidelijke structuur en naam: de jeugdtoneelgroep 'Radeske'.
Vanaf 1980 stabiliseerde het aantal leerlingen in de middelbare afdeling zich rond 270, maar de lagere school kwam wegens een gebrek aan leerlingen in moeilijke papieren. Als noodoplossing werd zij overgenomen door het Sint-Jozefinstituut.
Einde 1984 overleed pater Nagels, die 23 jaar lang als rector het college geleid had. Met de oprichting van een Raad van Beheer onder het voorzitterschap van Jean-Albert Moorkens en met de komst van Jan Duden, een lekendirecteur, ging het Sint-Ritacollege nieuwe wegen op.
Dat bleek reeds in september 1985: de Latijn-Griekse werd omgevormd in een Latijn-wiskunde, de lagere school verdween en de eerste 21 meisjes verschenen in de Latijnse afdeling. Nog een opzienbarend feit was de komst van vrouwelijke leerkrachten. De 142 nieuw ingeschreven leerlingen zorgden voor het eerst in jaren voor een groei van het aantal leerlingen in de humaniora: van 278 naar 346. college.
En het college bleef groeien: van 420 leerlingen in september 1986 tot 610 leerlingen in september 1989. Deze groei maakte een aantal verbouwingen noodzakelijk: in 1987 kwamen er drie nieuwe klassen in de hoogbouw van de lagere cyclus (F-blok), een nieuwe luifel en een meisjessanitair naast de feestzaal. De oprichting in 1989 van een afdeling Latijn-wiskunde HC naast de omgevormde Latijn-wetenschappen HC zorgde voor een ruimere keuze voor de Latinisten, maar zette wel kwaad bloed in de regio. In hetzelfde schooljaar werd er zoals overal in Vlaanderen gestart met de invoering van de eenheidsstructuur. Ook werd er terug gebouwd, zodat in mei 6 nieuwe klaslokalen (G-blok) in gebruik konden worden genomen.
Met het overschrijden van de kaap van 600 leerlingen werd er een adjunct-directeur aangesteld: Armand Akkermans, die het administratief en logistiek beleid op zich nam. Jean-Pierre Callewaert werd als ‘prefect’ belast met de leerlingenbegeleiding.
En de groei bleef zich bestendigen: van 687 leerlingen in 1990 tot 1137 in september 1995. Samen met de groei van de leerlingenpopulatie vergrootte uiteraard ook het lerarencorps tot meer dan 100 leerkrachten.
De derde graad kreeg binnen de eenheidsstructuur de volgende studierichtingen: Latijn-Talen, Latijn-Wetenschappen, Latijn-Wiskunde, Economie-Talen, Economie-Wiskunde, Talen-Wetenschappen, Talen-Wiskunde en Wetenschappen-Wiskunde.
Twee grote
bouwprojecten waren de oprichting van de sporthal in 1994 en van 15 nieuwe
klassen voor het eerste jaar in 1995. De studierichting Grieks-Latijn werd
in 1993 heropgericht, en vanaf 1998 kwam er ook een studierichting Grieks-wiskunde
in de derde graad. Het directieteam werd uitgebreid met een pedagogisch
directeur: Luc Vercammen.
In september 1999 werd de scholengemeenschap Kontich-Hove een feit: samen met het Sint-Jozefinstituut, het Vrij Technisch Instituut en het Regina Pacisinstituut biedt het Sint-Ritacollege aan meer dan 3000 leerlingen een gevariëerd onderwijsaanbod. Jan Duden werd coördinerend directeur van deze scholengemeenschap. In 2000 werd de eerste graad afgesplitst als autonome eerste graad, maar met behoud van de pedagogische entiteit.
Om de steeds maar toenemende schoolpopulatie op te vangen, werd in 2002 de M-blokopgericht. Het directieteam werd nogmaals uitgebreid, ditmaal met een personeelsdirecteur, Gerd Cornelissen. En op de tweede verdieping van het kloostergebouw werd een Open Leercentrum ingericht. Het jaar 2004 bracht enkele belangrijke veranderingen. Het klooster werd door de Augustijnen opgeheven, zodat de kloostergebouwen volledig ter beschikking kwamen van het college. Een nieuwe herstructurering werd doorgevoerd, waarbij het college administratief opgesplitst werd in een kleine eerstegraadsschool met een 120-tal leerlingen en een zesjarige school met meer dan 1200 leerlingen. Dit leverde heel wat meer uren-leraar op en een extra directie-ambt, dat toegekend werd aan Herman Hadermann, die het logistieke beleid op zich nam.
In 2005 werd na het afscheid van Armand Akkermans het directieteam herschikt: Luc Vercammen werd algemeen directeur, Gerd Cornelissen pedagogisch directeur, Herman Hadermann logistiek directeur, terwijl Jan Duden, coördinerend directeur van de scholengemeenschap, afgevaardigd bestuurder werd. Met pater Maurice Lannoye verliet midden 2006 de laatste kloosterling Kontich.
In 2007 werden de wetenschapslokalen (D-blok) volledig vernieuwd.
Het schooljaar 2008-2009 werd gestart met 1469 leerlingen.