Infofolder
Eerste Graad
De eerste twee jaren vormen de eerste graad. Hier moet je al meteen een
keuze maken: ofwel volg je de Latijnse afdeling, ofwel de moderne. Zowel
de moderne, als de Latijnse afdeling behoren tot het algemeen secundair
onderwijs (ASO).
Gedurende deze twee jaren kan je ontdekken waar je sterk in bent en waar
je aanleg voor hebt zodat je in de tweede en zeker in de derde graad de
studierichting kan kiezen die jou het beste ligt.
Je mag niet vergeten dat zowel in de moderne, als in de Latijnse, nog
een heleboel andere vakken op het programma staan. Je hebt lichamelijke
opvoeding, tekenen, muziek, geschiedenis, aardrijkskunde, godsdienst,
.. allemaal vakken die je een algemene vorming geven.
Welke studierichting je ook kiest, steeds krijg je een belangrijk pakket
moderne talen. Naast het Nederlands leer je Frans en Engels, bovendien
ga je in het vierde jaar ook nog eens met Duits aan de slag. Deze talenkennis
heb je sowieso nodig: als je na de humaniora verder studeert, is een goede
talenkennis belangrijk en voor de meeste beroepen moet je je kunnen uitdrukken
in een vreemde taal.
Ook de wiskunde komt aan bod in elke studierichting, de wiskunde vormt
immers de basis voor alle wetenschappen.
Voor al deze vakken krijg je telkens een andere leraar en dit is wellicht
het grootste verschil met de lagere school.