HOME ALGEMENE INFO LEERKRACHTIGE OMGEVING INFOFOLDER ELO
SCHOOLLEVEN NIEUWSBRIEF SCHOLENGEMEENSCHAP DOCUMENTEN STATUS
 
     
Leerkrachtige omgeving
Flexibel taken- en toetsenbeleid
Begeleid zelfstandig-zelfsturend leren in de derde graad

Het aanbrengen van strategieën wordt afgesloten op het einde van de tweede graad. In het vijfde jaar wordt heel geleidelijk de overgang gemaakt van het zelfstandig werken over het zelfstandig leren naar het zelfverantwoordelijk leren. Bij het zelfstandig werken bepaalt de leerkracht het leerproces: hij of zij omschrijft de taak en bepaalt hoe die moet uitgevoerd worden, hier is sprake van externe sturing. De verantwoordelijkheid voor de uitvoeringsfase moet langzaam maar zeker bij de leerlingen gelegd worden.

Begeleid zelfstandig leren in het 5de jaar

Deze overgang naar zelfstandig leren wordt vooral gerealiseerd binnen het vak Nederlands aan de hand van een systeem van ervaringsleren in vier opeenvolgende stappen.
1. De toetsoriëntatie en toetsanalyse vormt de eerste constructieve frictie waarmee de leerlingen in het vijfde jaar geconfronteerd worden. Bij de toetsoriëntatie gaan de leerlingen zelf op zoek naar de verwerkingsstrategieën die zij moeten aanwenden om een leerstofpakket te verwerken en verwerven. Bij de toetsanalyse bekijken de leerlingen een herhalingstoets vanuit de strategieën die ze hadden moeten aanwenden
bij het leerproces om de vragen te kunnen beantwoorden.
2. De volgende stap bestaat uit een oefening in regulatiestrategieën. De leerlingen krijgen zes lestijden ter beschikking om zeven taken, oefeningen in de verschillende vaardigheden: lezen, schrijven, luisteren, spreken en oefeningen op leerinhouden: tekstanalyse en taalbeschouwing uit te voeren. Het eerste element is de keuzevrijheid: welke taak laten zij vallen? Het tweede element is de zelfregulatie: zij bepalen zelf aan welke taak zij werken tijdens het voorziene lesuur en met wie.
3. In een derde stap wordt het oefenen van regulatie- en verwerkingsstrategieën gecombineerd in een totaalpakket van regulatie- en verwerkingsactiviteiten dat de leerlingen aangeboden wordt in het tweede semester van het vijfde jaar. Gedurende één lesuur per week gaan zij zelfstandig met dit pakket aan de slag . Ook thuiswerk is bij dit takenpakket nog nodig. Het totaalpakket bevat 2 lectuurtaken, een informatieverzameling die uitmondt in een schrijfoefening: de verhandeling en in een spreekoefening: het leiden van een discussie. Deze discussie vormt dan weer het onderwerp voor een luisteroefening: notuleren en een schrijfoefening: het verslag. Het maken en gebruiken van een eigen planning blijft behouden. Voor een welomschreven deel van de leerstof, de verhandeling, moeten de leerlingen een volledig verwerkingsproces zelfstandig in handen nemen en doormaken. Als hulp hierbij krijgen zij een werkwijzer die een weg uitstippelt, maar niet volledig stuurt: zij moeten regelmatig hun eigen richting kiezen.
4. In een vierde stap gaan leerlingen regulatie- en verwerkingsstrategieën zelfsturend hanteren voor het realiseren van een welomschreven doelstelling van het vak: de school verlaten als literair competente lezers. Zij doen dit door vanaf het tweede semester van het vijfde jaar te werken aan een graadomvattend leesdossier. De huislectuur wordt zo georganiseerd dat leerlingen uitgenodigd worden om hun weg te zoeken door de verschillende verwerkingsvormen van literatuur, van creatief tot mediabewust, van structureel-analytisch tot affectief. Leerlingen reflecteren heel bewust over hun verwerkingskeuze, wat past bij hen, wat past bij het boek. Bovendien evalueren zij hun leerproces in twee balansgesprekken.

Begeleid zelfverantwoordelijk leren in het 6de jaar

In de derde graad zetten de leerlingen een stap naar het zelfverantwoordelijk leren dankzij een globaal flexibel taken- en toetsenbeleid en een onderzoek naar leerstijlen.
Bij de aanvang van het zesde jaar vullen leerlingen een Vlaamse versie van de Inventaris Leerstijlen - Voortgezet Onderwijs (STAR-centre 1997) in om hun eigen leerstijl te onderzoeken.Deze reflectieoefening heeft vooral als bedoeling een stand van zaken op te maken en te bepalen welke stappen in leerbekwaamheid de leerling nog
kan zetten. Dit leerstijlprofiel wordt onder meer gehanteerd als een instrument om een laatste begeleidingsplan rond leren leren op te zetten. De ILS-VO kan zo aanleiding geven tot de individuele begeleiding van een leerling. Voor alle leerlingen werkt deze inventaris als een middel tot zelfkennis en dit is zinvol in een jaar waarin leerlingen door hun studiekeuze naar het hoger onderwijs bezig zijn met hun persoonlijke toekomst.
In het zesde jaar moeten de leerlingen komen tot zelfsturing en tot het zelfstandig bepalen van hun leeractiviteiten. Bij deze eindfase in het leertraject zijn alle vakken uit het curriculum van de leerling betrokken.

De eerste fase omvat een flexibel takenbeleid dat naast het ruime takenpakket van het vak Nederlands ook alle andere taken omvat. De leerlingen krijgen een totaaloverzicht van alle opdrachten die zij moeten uitvoeren, er worden inleverdata vastgelegd en de leerlingen bepalen volledig zelf wanneer zij welke taken afgeven.
In de tweede fase worden de leerlingen volledig verantwoordelijk gesteld. Hiertoe worden alle testen en alle inleverdata voor taken verbonden aan drie toetsweken. De leerling bepaalt zelf hoeveel controletoetsen en taken hij/zij wil afleggen volgens bepaalde vrijheidsgraden. De eerste voorwaarde is dat de leerling voor elk vak een toets aflegt, voor de richtingbepalende vakken moeten twee toetsen afgelegd worden. Leerlingen die kampen met onvoldoendes voor een vak moeten aan de drie toetsen deelnemen.
De leerlingen worden dus gedwongen hun studiewerk, studieritme volledig zelf in handen te nemen.

In het reguliere systeem bepalen de leerkrachten voor 80% wanneer leerlingen moeten studeren of wanneer ze moeten werken aan opdrachten. In dit kader van ervaringsleren bepaalt de leerling wanneer hij/zij studeert, werkt aan taken en ontspanning neemt.
Het leerproces centraal stellen leidt in dit model niet tot een individualisering van het onderwijs. De socialiserende functie van een les en het klasgebeuren blijft hier behouden. De toetsenweek blijft een gewone lesweek, afwisselend tijdens de eerste twee of de laatste twee lesuren van de dag worden de leerlingen lesvrij gemaakt, de andere lessen gaan door. Leerlingen die toetsen moeten afleggen melden zich in het Organisatorisch brengt dit natuurlijk wat werk met zich mee: de inschrijvingen worden verwerkt in een gegevensbank, er wordt nagegaan of de vrijheidsgraden gerespecteerd werden en dan worden er lijsten aangemaakt per vakleerkracht, klasleraar en toetsenlokaal. Na elke toetsenweek krijgen de leerlingen hun resultaten en worden de toetsen geëvalueerd; de leerlingen die niet deelnamen krijgen de vragen. Een rapport volgt pas op het einde van het semester, namelijk als het volledige proces doorlopen is.
Door de leerling volledig en consequent verantwoordelijk te stellen willen wij een leerproces rond verantwoordelijkheid, zelfstandigheid en zelfredzaamheid opstarten. In eerste instantie is dit leerproces gefocust op de bevordering van de zelfsturing als regulatiestrategie: leerlingen bepalen zelf wat zij wanneer studeren en ervaren concreet waartoe stuurloosheid en uitstelgedrag kan leiden. In tweede instantie richt het leerproces zich op de diepteverwerking als verwerkingsstrategie: leerlingen moeten zelf hun leerstof structureren , op zoek gaan naar verbanden in de leerstof (relateren) en leren kennis kritisch verwerken. In derde instantie gaat er aandacht naar leermotivatie en wordt er gewerkt aan een ambivalente leerhouding.
Als eindpunt van dit flexibel taken- en toetsenbeleid vullen de leerlingen voor de tweede maal de ILS-VO in, dit maal om de evolutie van hun eigen leerstijl te beoordelen. Het leerstijlenonderzoek loopt dan ook als een rode draad doorheen dit leerproces en vormt het communicatiemiddel om de leerlingen in dit proces te begeleiden en bij te sturen.
Om voor dit project rond zelfstandig-zelfsturend leren vaste grond onder de voet te krijgen werden de resultaten van de leerstijlenquêtes, de studieresultaten van het vak Nederlands en de totaalresultaten voorgelegd aan de onderzoeksgroep van professor Van Petegem (Universiteit Antwerpen). Uit opeenvolgende onderzoeken bleek telkens een significante stijging van de zelfsturing na het opzet, alsook van de diepteverwerking als verwerkingsstrategie. Bovendien blijken alle leerlingen te genieten van deze positieve veranderingen in hun leerstijlprofiel. Ander onderzoek van Van Petegem toont aan dat zelfsturing en diepteverwerking leerstijlkenmerken zijn die samenhangen met slagen in het hoger onderwijs.