Leerstofverwerking
Toepassing van verwerkingsstrategieën in globale schematiseermethodes
1. VRAGEND-STRUCTURERENDE METHODE
Deze lees- en studeermethode vertrekt van de kern, om vervolgens over
te gaan naar de hoofdzaken en tenslotte te belanden bij de bijzaken of
details.
| Centrale Thema |
| Hoofdzaken |
Hoofdzaken |
Hoofdzaken |
| Bijzaken |
Bijzaken |
Bijzaken |
Bijzaken |
Bijzaken |
Bijzaken |
1. Oriënteren
* De buitenkant onderzoeken.
* Lees de titel van de tekst, het leerstofonderdeel of het hoofdstuk uit
je handboek.
* Wat roept deze titel bij je op, wat verwacht je van de inhoud die zal
volgen ?
2. Zoek het centrale thema
* Zoek de hoofdzaken
* Lees de tekst (hoofdstuk, leerstofonderdeel, ...) diagonaal.
3. Markeren en selecteren
Lees de leerstof nu grondiger en trager door : het intensief lezen. Controleer
tegelijkertijd of je lijst van centrale thema en hoofdzaken juist is.
Tijdens deze leesfase ga je markeren of onderstrepen. Laat een tekst,
een hoofdstuk, ... nooit "blanco".
4. Structureren en schematiseren
Maak op basis van stap 2 en stap 3 een schema. Hou daarbij steeds voor
ogen :
* wat is de kern, de essentie van dit hoofdstuk ? wat is het centrale
thema?
* welke hoofdzaken worden daarin behandeld ?
* welke bijzaken komen aan bod ?
* in welke volgorde tref je hoofd- en bijzaken aan ?
5. Controleren
Overloop de tekst (of het hoofdstuk dat je wil studeren...) : is je schema
juist (denk ook aan de schrijfwijze van namen) en volledig (alle hoofdzaken,
niet te veel details).Stel jezelf nu zoveel mogelijk vragen omtrent datgene
wat je gelezen hebt : dit kunnen weetvragen (o.a. details) en denkvragen
zijn. Met deze vragen kan je je schema controleren.Tijdens deze stap stel
je ook een studeerschema op. Een studeerschema geeft het geraamte van
je leerstof weer.
6. Memoriseren en herhalen
2. SKAPA METHODE
De SKAPA-methode vertrekt van de details om uiteindelijk te komen tot
de kern.
Bijzaken Bijzaken Bijzaken Bijzaken Bijzaken Bijzaken
Hoofdzaken Hoofdzaken Hoofdzaken
Centrale Thema
| Bijzaken |
Bijzaken |
Bijzaken |
Bijzaken |
Bijzaken |
Bijzaken |
| Hoofdzaken |
Hoofdzaken |
Hoofdzaken |
| Centrale Thema |
* Een blad deel je verticaal in 3 kolommen in.
* Horizontaal nummer je de verschillende alinea's.
* Werk elke kolom afzonderlijk af, voor je aan de volgende kolom begint.
1. Kolom 1
Schrijf na het lezen van elke alinea de belangrijke zaken uit die alinea
op. Het gaat hier over een schematische weergave van de gemarkeerde tekst.
De nummers in deze kolom stemmen overeen met de volgorde van de verschillende
alinea's in de tekst.
2. Kolom 2
Lees de samenvatting van de verschillende alinea's uit kolom 1 terug door
en maak een nieuw schema. Het kan zijn dat je alinea's kan samennemen
of anders moet ordenen. In deze kolom bekom je dus de essentie van de
verschillende alinea's.
3. Kolom 3
Neem kolom 2 opnieuw door en bedenk daarbij wat de kernen, de trefwoorden
zijn van het geheel dat je hier verwerkt. In deze kolom bekom je de essentie
van het geheel.
4. Werkwijze
Je vertrekt dus van de tekst, de leerstof met alle details en je komt
uiteindelijk tot de kern. De structuur die je nu verkregen hebt, bekijk
je van rechts naar links, van hoofdzaken naar bijzaken en details. Bij
deze methode moet je meermaals door de leerstof gaan, vooraleer je de
hoofdzaken vastlegt. Zo ben je heel concreet bezig en kan je je concentratie
vrij goed behouden. Je mag deze methode natuurlijk niet slaafs volgen,
een methode is slechts een hulpmiddel om je leerstof te structureren en
te schematiseren. Soms kan je sneller gaan dan de SKAPA-methode aangeeft:
je kan meteen twee alinea's structureren, soms is de laatste kolom wat
overbodig.
5. Voorbeeld van een SKAPA-schema
| Typering van elke alinea |
Essentie van elke alinea |
Essentie van het geheel |
| 1 |
|
|
| 2 |
| 3 |
|
| 4 |
|
| 5 |
| 6 |
Een mind map is een creatieve notatiemethode waarbij het onderwerp centraal
wordt getekend. Vanuit dit centraal onderwerp vertrekt een panoramisch
netwerk van kleurrijke sleutelwoorden en symbolen die heel veel informatie
bevatten. Mind mapping steunt op 8 regels.
1. Horizontaal
Werk met een horizontaal, blanco vel papier en noteer in het midden het
onderwerp. De mind map is ook steeds horizontaal leesbaar als geheel,
zonder het blad om te draaien.
2. Sleutel-symbolen
Gebruik sleutelwoorden, beelden, symbolen, codes die associatief verbonden
worden met het centrale onderwerp. Wees uiterst zuinig op wat je opneemt,
alles wat je al weet hoef je niet op te nemen. Noteer enkele datgenen
wat je minimaal nodig hebt om de informatie in te kapselen.
3. Duidelijk
<
Selecteer zorgvuldig de sleutelwoorden en schrijf duidelijk. Een goed
sleutelwoord bevat associatieve kracht en reproduceert de inhoud en de
context.
4. Takken-netwerk
Ieder sleutelwoord moet apart staan, telkens bovenop een lijntje van dezelfde
lengte. Het visueel geheugen wordt op deze manier sterk gestimuleerd:
de rechtercortex bekijkt vooral het patroon van de takken en de kleuren;
de linkercortex kijkt naar de logische opbouw en de woorden.
5. Vloeiende lijnen
Alle vertakkingen zijn aan elkaar verbonden en vormen vanuit het centrum
een waaier (radiant thinking).De lijnen zijn dikker getekend in het centrum
en dunner aan de rand. In het midden staan immers de hoofdideeën
en de details aan de rand.
6. Kleuren
Plaats iedere hoofdtak en zijn vertakkingen in een bepaalde kleur. Kleuren
zorgen voor hogere activiteit in de rechtercortex. Een bepaalde kleur
per hoofdtak houdt alle ideeën van die tak van de andere gescheiden.
Kleuren trekken de aandacht.
7. Kriskras
Volg je eigen brein door letterlijk van de hak op de tak te springen.
Verbanden tussen de takken onderling kun je markeren met pijlen of merktekens.
8. Rangschikken
Breng een lineaire of logische volgorde aan door het plaatsen van rangcijfers,
kleurencombinaties of het inkapselen van logisch gegroepeerde elementen
4. SKIMMEN
Voor heel wat leerlingen betekent leren lezen. Lezen is inderdaad een
belangrijke leerstrategie maar het is slechts één strategie
en bovendien kan het lezen op verschillende manieren verlopen. Door bladzijde
na bladzijde, regel per regel, te lezen mis je een stuk overzicht en doorzicht.
Bovendien bouw je geen stap in om het leerproces te controleren. Skimmend
lezen daarentegen is een leerstrategie die al nauw aansluit bij een echte
globale studiemethode.
1. Skimmend lezen bij goed ingedeelde cursussen
of handboeken
1. Neem de inhoudstafel en lees die aandachtig.
2. Bekijk de opbouw van elk hoofdstuk.
* waarover gaat het: de kern
voorbeeld: stijlrichtingen in de literatuur
* Welke aspecten worden behandeld: de hoofdzaken
voorbeeld: romantiek, realisme, naturalisme, impressionisme
* Hoe worden die aspecten behandeld: de benaderingswijze
voorbeeld: cultuur, kenmerken, voorbeeld
Voor elk hoofdstuk controleer je of de inhoudstafel wel juist en volledig
is. Bij goed ingedeelde cursussen zonder inhoudstafel, verzamel je de
hoofdstukken en de onderverdelingen op een apart blad. Je maakt m.a.w.
een eigen inhoudstafel. Let op: aan dit alles mag maar weinig tijd besteed
worden: 5 tot 10 minuten per hoofdstuk, onderdeel van de cursus.
3. Intensief lezen.
Nu ga je intensief lezen vanuit het overzicht dat je in fase 1 en 2 hebt
opgebouwd. Elke rendabele intellectuele activiteit wordt gekenmerkt door
het verwerven van een overzicht, vooraleer men begint aan de uitwerking
van de details. Een brug bouw je ook niet door de eerste pijler te planten
en dan wel te zien waar je zal uitkomen.
2. Skimmend lezen bij minder duidelijk ingedeelde cursussen of handboeken
1. Als er een inhoudstafel is, neem die dan eerst aandachtig door.
2. Neem de teksten door.
Dit wil zeggen lees de eerste en de laatste zinnen. Let op opvallende
woorden (vet of cursief), signaalwoorden (ten eerste, ten tweede, dus,
maar, ...)
3. Zoek de opbouw.
* waarover gaat het: de kern
* Welke aspecten worden behandeld: de hoofdzaken
* Hoe worden die aspecten behandeld: de benaderingswijze
4. Intensief lezen
Nu komt het er op aan te controleren of je de kern, de hoofdzaken en de
benaderingswijze juist te pakken hebt. Dit overzicht vul je nu al lezend
in met de volledige inhoud, met de details.